De Matthaeus Passion gaat over de kruisdood van Christus, en het libretto (de tekst) is gebaseerd op Lutherse evangeliepreken uit de tijd van Johann Sebastian Bach. Het lijden van Christus wordt in onze geseculariseerde samenleving vertaald door het lijden van mensen in de wereld. Een bezoekster vertelde dat haar fascinatie voor het beroemde oratorium haar oorzaak vond in het gegeven dat het een verdriet bij haar oproept “waarvan je niet weet waar het vandaan komt”. Ze liet me in de pauze een pakje tissues zien, zeggende: “Bij het Erbarme dich houd ik het niet droog. Ik huil de hele aria door, van begin tot eind.” Veel mensen worden ten diepste geroerd door het in oorsprong uiterst piĆ«tistische (protestantse volksvroomheid in de achttiende eeuw) muziekstuk.
Het is uitermate curieus dat in een Nederland dat zeer
sceptisch is over alles wat met religie te maken heeft de Matthaeus zo’n grote populariteit
geniet. Het heeft iets van een onverwerkt verleden wat de mensen erin
doormaken, een verleden dat nolens volens
blijft doorleven. Zo vertelde Bachkenner Paul Witteman dat hij toch echt niets
meer had met dat religieuze in de MP, maar dat het hem louter om het kunstwerk
ging. Toch luistert hij opvallend genoeg alleen tegen het eind van de
Vastentijd naar het monumentale muziekstuk: “Het is te mooi om er het hele jaar
naar te luisteren.” Inderdaad zo bijzonder is het dat je het niet uit zijn
religieuze context mag rukken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten