zondag 7 september 2014

Altijd september

The waste land van T.S. Eliot begint met de beroemde versregels:

April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.


De beginverzen van dit epische gedicht, geschreven een paar jaar na de Eerste Wereldoorlog, leiden een tekstpassage in die de vergeefsheid van elk leven wil oproepen. Omnes una manet nox, dichtte Horatius al, ons allen wacht uiteindelijk slechts de dood.
Kun je iets met maanden hebben? Ja zeker, zo roepen januari en februari weinig beleving bij mij op, - een beetje saaie maanden, op carnaval na -, maar maart wekt al wat meer innerlijke roering. Niet toevallig dat deze samenvalt met een voorzichtig ontluikende natuur. Juli bijvoorbeeld brengt mij een zekere vermoeidheid, vergelijkbaar met de loomheid die mij overvalt na het eerste middaguur, als de lunch verorberd is. Ik krijg de middagduivel op bezoek en die duwt me in de bekende postlunchdip. In de loop van de julimaand wordt de zomer volwassen en het groene van gras en blad van de maanden mei (te mooi om waar te zijn!) en juni verliest zijn jeugdige frisheid. De kaarten zijn geschut, het jaar is gekanteld.
In augustus wordt de zomer oud en verschijnen er lichte grijstinten in het groen. Vijftig tinten grijs. In de dagen van die oogstmaand, vooral in de avonden, word ik aangeraakt door een vleugje heimwee. Waarnaar is niet helemaal duidelijk, het is iets onbestemds uit vroeger jaren. In september voel ik me vaak domweg gelukkig dat ik leef, het is bij uitstek de zachtste maand van het jaar. Ik word dan overspoeld door herinneringen uit mijn kinderjaren en jeugd. Naar de tijd toen ik nog naar school ging. Misschien ben ik daarom wel docent geworden, zodat het voor mij altijd september blijft.
In oktober gaat het licht in de natuur langzaam uit; nog even kleurt die in felle herfsttinten. De depressiemaanden november en december doen de deur dicht, maar gelukkig zijn daar de cosy wintermaanden  met gedempt licht en knetterend haardvuur. Maar om nu december een feestmaand te noemen gaat me wat ver.

The waste land van T.S. Eliot vervolgt met:

Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.

De dichter verlangt terug naar de winterslaap die het doodsbesef buiten de deur houdt. Zoals de maanden van lente en zomer de mensen naar buiten met al zijn gevaren noden, zo houden die van herfst en winter de mensen binnen. Binnen is het lekker warm en loop je minder gevaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten