Ik neem deze week afscheid van twee collega´s met wie ik
jarenlang heb mogen samenwerken: Marijke van de Eertwegh en drs. Annet Beernink-Schrijver. Zij
zijn mij altijd tot voorbeeld geweest. ‘Collega’ is in hun geval een wel erg
neutrale term, want eigenlijk voldoet de overtreffende trap nog niet om de
bijzondere positie aan te geven die zij op mijn school innamen, en daarnaast
levert die ook een niet bestaand woord op: ‘collega-collega'er-
collega'st’. Maar wellicht is het
een goed idee om dit niet bestaande woord als neologisme in de Nederlandse taal
in te voeren, daarmee aangevend dat er geen sprake is van een gewone collega,
zoals jij lezer en ik, maar van een collega die er met kop en schouder bovenuit
steekt. Als lid en als voorzitter van de voormalige Medezeggenschapsraad heb ik
er bij het College van Bestuur vaak voor gepleit om de LD-schaal ook van
toepassing te laten zijn voor de excellente docent. Hoewel die schaal er wel
gekomen is, geldt deze echter weer niet voor de excellente docent, maar voor
een docent met coördinerende kwaliteiten. Ook mooi natuurlijk, maar tegelijk
een gemiste kans. De excellente docent heeft beter verdiend, Marijke en Annet hadden beter verdiend. Annet en Marijke hadden geen last van glazen plafonds,
maar zetten al hun kennis en vaardigheden in voor hun studenten. Nauwgezet, vakkundig, onverstoorbaar en betrouwbaar gingen zij met hen aan het werk en onder hun
lessen bloeiden dezen op. Annet gaf Engels met een
gründlichkeit waar menig Duitse docente jaloers op zou zijn; generiek en beroepsgericht, maar ze liet zich geen moment van de wijs brengen door de
schadelijke bijwerkingen van het competentiegerichte onderwijs. Ik werkte een aantal jaren
met haar samen in het Welcome-project, waarmee wij met Europees geld een
uitstekende drietalige taalmethode voor buitenlandstagiaires ontwikkelden. Dat gaat helemaal goed komen, was ons beider devies.
Marijke was hoofdzakelijk werkzaam met bbl-studenten, en zij ontwikkelde zich
als zodanig als een instituut binnen onze school. Daarnaast werd haar intervisie-
en supervisiebegeleiding van studenten en docenten geroemd. Ze introduceerde
bij ons de VIB, de video-interactiebegeleiding.
Ik ben vaak door beide dames op de vingers getikt. Hoe gek het ook klinkt, maar
dat was soms ook wel nodig. En van hen kon ik het wel hebben, want ze hadden
bijna altijd wel gelijk, en als ze het niet hadden dan praten ze net zo lang op
mij in dat ze het wel kregen. Marijke en Annet, bedankt, ik ga jullie missen
en met een variant op het ‘Ik ben blij, man!’ van die Antilliaanse atleet op de Olympische Spelen van de
zomer, zeg ik met pijn in het hart: Ik ben niet blij, vrouw!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten