In het dorp van mijn kinderjaren wemelde het van de stropers, fretteerders en
andere clandestiene jagers. In het
najaar rukten de veldwachters (Swiebertje!) ’s nachts uit om op stropersjacht
te gaan, maar kwamen, zoals een oom van mij die bij de Hermandad diende, nogal
eens met een weitas gevuld met konijnen thuis. Bij ‘ons thuis’ aten we er ook
van mee. Als dank schonk mijn vader dan een glaasje vieux voor hem in, in mijn
jeugd de Hollandse ’cognac’ voor de gewone man. En dan nog een paar.
Fretteren: aan de ingang wordt een fretje het konijnenhol in losgelaten, terwijl aan de andere kant, aan de uitgang dus, een net is gespannen. De konijnen rennen in doodsangst het net in en áls ze weten te ontsnappen, dan worden ze achterna gezeten vakkundig de strot doorgebeten door de jachthond, dat overigens net als mijn labrador retriever als een goedmoedig hondenbeest oogt. (Ik heb een Jackel&Hide-beest in huis!)
De zware lucht van het clandestiene verwaaide toen een van beide mannen mij ongevraagd verzekerde dat ze in opdracht van de gemeente aan het werk waren. En inderdaad, verder op stond hun jeepje van publieke werken met het stadswapen erop.
Fretteren: aan de ingang wordt een fretje het konijnenhol in losgelaten, terwijl aan de andere kant, aan de uitgang dus, een net is gespannen. De konijnen rennen in doodsangst het net in en áls ze weten te ontsnappen, dan worden ze achterna gezeten vakkundig de strot doorgebeten door de jachthond, dat overigens net als mijn labrador retriever als een goedmoedig hondenbeest oogt. (Ik heb een Jackel&Hide-beest in huis!)
De zware lucht van het clandestiene verwaaide toen een van beide mannen mij ongevraagd verzekerde dat ze in opdracht van de gemeente aan het werk waren. En inderdaad, verder op stond hun jeepje van publieke werken met het stadswapen erop.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten