Ik neem plaats op de harde kerkbank en overdenk de dag van vandaag en kijk
vooruit naar wat komen gaat de dag van morgen. Na een dag werken kost het me
moeite om stil te blijven zitten, het adrenalineshot ruist nog na door mijn
aderen en mijn hoofd. Ik dwing mijzelf om een kwartiertje te blijven zitten.
Dat werkt helend.
De kapel van Onze Lieve Vrouwe ter Nood staat in het centrum van Tilburg en is in 1964 gebouwd ter nagedachtenis aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, naar een ontwerp van architect Jos Schijvens. Het heeft kleurige gebrandschilderde ramen, in de stijl van de van die van de beroemde kapel van Le Corbusier in de Elzas. In deze stadskapel ligt in een glazen vitrine een gedenkboek met daarin de namen van de Tilburgse gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Elke dag wordt een bladzijde omgeslagen. Vaak zijn het joodse mensen. Soms zie ik een bekende naam en vraag later na bij een familielid van de omgekomen Tilburgse burger. “Ja, dat is een oudtante van me, die is omgekomen tijdens de granaatbeschietingen in de herfst van 1944”, zei een kennis van me laatst.
De filosoof Martin Heidegger, zelf een atheïst, stopte bij elke kapel die hij op zijn dagelijkse wandeling tegenkwam en stak dan een kaarsje op. Hij besteedde verder geen aandacht in woord en geschrift aan deze gewoonte, behalve in een klein werkje ‘Der Landweg’, getiteld. Zoals Blaise Pascal al zei, het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent.
Van de zomer zat ik ook weer eens in de kapel om even wat bij te komen van een dag werk, toen een aantal collega’s van de locatie Stappegoor de kapel binnenstapte; teamuitje. Ik voelde me enigszins betrapt en onderdrukte een opkomend gevoel van lichte gêne. De dames en heren collega’s knikten me vriendelijk toe; ze vonden het kennelijk doodgewoon me in de kapel te zien zitten.
De kapel van Onze Lieve Vrouwe ter Nood staat in het centrum van Tilburg en is in 1964 gebouwd ter nagedachtenis aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, naar een ontwerp van architect Jos Schijvens. Het heeft kleurige gebrandschilderde ramen, in de stijl van de van die van de beroemde kapel van Le Corbusier in de Elzas. In deze stadskapel ligt in een glazen vitrine een gedenkboek met daarin de namen van de Tilburgse gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Elke dag wordt een bladzijde omgeslagen. Vaak zijn het joodse mensen. Soms zie ik een bekende naam en vraag later na bij een familielid van de omgekomen Tilburgse burger. “Ja, dat is een oudtante van me, die is omgekomen tijdens de granaatbeschietingen in de herfst van 1944”, zei een kennis van me laatst.
De filosoof Martin Heidegger, zelf een atheïst, stopte bij elke kapel die hij op zijn dagelijkse wandeling tegenkwam en stak dan een kaarsje op. Hij besteedde verder geen aandacht in woord en geschrift aan deze gewoonte, behalve in een klein werkje ‘Der Landweg’, getiteld. Zoals Blaise Pascal al zei, het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent.
Van de zomer zat ik ook weer eens in de kapel om even wat bij te komen van een dag werk, toen een aantal collega’s van de locatie Stappegoor de kapel binnenstapte; teamuitje. Ik voelde me enigszins betrapt en onderdrukte een opkomend gevoel van lichte gêne. De dames en heren collega’s knikten me vriendelijk toe; ze vonden het kennelijk doodgewoon me in de kapel te zien zitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten