Het is een bekende schrijverstruc: als je niet weet wat je moet schrijven, ga
je erover schrijven dat je niet kunt schrijven of ga je schrijven over het
schrijven; daar zijn de postmodernistische auteurs overigens dol op. Lees de
omhaalverhalen van Queneau er maar eens op na. Je vertelt er dan meteen een
hoop onzin om heen, als waar en hoe je zit: hoe je bureau eruit ziet, je kamer,
het uitzicht. Wijlen volksschrijver Gerard Reve heeft voor die schrijverstruc
zijn bekentenisliteratuur bedacht. Die schreef vaak zoveel onzin bij
elkaar dat het grensde aan het fantastische. En zei dan vervolgens dat de
werkelijkheid nóg fantastischer was.
Collega’s vragen me wel eens: kost je het geen moeite om elke week weer een blog te moeten schrijven? Waarheidsgetrouw antwoord ik dan dat het me nauwelijks inspanning vergt, maar deze woorden stuiten steeds weer op verholen blikken van ongeloof, maar ook wel bewondering.
Ik vertel er echter niet bij dat ik de blogs die ik elke week op Ons Plein laat zetten, niet zelf schrijf.
Collega’s vragen me wel eens: kost je het geen moeite om elke week weer een blog te moeten schrijven? Waarheidsgetrouw antwoord ik dan dat het me nauwelijks inspanning vergt, maar deze woorden stuiten steeds weer op verholen blikken van ongeloof, maar ook wel bewondering.
Ik vertel er echter niet bij dat ik de blogs die ik elke week op Ons Plein laat zetten, niet zelf schrijf.
Iemand anders schrijft ze voor me. Althans zo komt het me
vaak voor; de woorden vloeien haast als vanzelf uit mijn pen, zo gauw ik een
item heb. (Waarover zo dadelijk meer.) Het ene woord roept het andere op, de
ene associatie vraagt om weer een andere. Zo krijg je het papier wel vol. Ik
bekommer me ook niet erg om samenhang of lijn, althans niet in eerste
instantie. De eerste versie van een blog kwak ik zo op het beeldscherm. Wat
later ga ik poetsen en polijsten, en probeer letterlijk en figuurlijk een gedachtecirkel
rond te maken. De delen vormen het geheel, en andersom, het geheel vormt de
delen en zo creëer je samenhang. (Psychologen noemen dat ‘Gestalt’.)
300 is voor mijn blogs een belangrijk en richtinggevend getal. Mijn columns en blogs mogen niet korter zijn dan 300 woorden, maar ook niet veel langer. Hoe ik daaraan kom? Ik was een fervent lezer van de natuurcolumns in het NRC van Koos van Zomeren. Het is inmiddels al weer een tien jaar geleden dat zijn laatste column in die krant verscheen.
De onderwerpen komen tot mij in wat ik niet anders kan formuleren als bij bliksemflits: ineens gaat er in mijn brein een lampje branden. Er heeft zich weer een onderwerp aangediend en dat aandienen gebeurt op de meest onverwachte plaatsen en bij de gekste bezigheden. Dat vind ik het mooiste moment van het schrijven. In mijn hoofd woont dan ook een lieve sproken-fee met een toverstafje.
De titel van deze blog was bedoeld om u aan het lezen ervan te krijgen; dit was ongeveer mijn negenentachtigste blog. (Met dank aan Guus.)
300 is voor mijn blogs een belangrijk en richtinggevend getal. Mijn columns en blogs mogen niet korter zijn dan 300 woorden, maar ook niet veel langer. Hoe ik daaraan kom? Ik was een fervent lezer van de natuurcolumns in het NRC van Koos van Zomeren. Het is inmiddels al weer een tien jaar geleden dat zijn laatste column in die krant verscheen.
De onderwerpen komen tot mij in wat ik niet anders kan formuleren als bij bliksemflits: ineens gaat er in mijn brein een lampje branden. Er heeft zich weer een onderwerp aangediend en dat aandienen gebeurt op de meest onverwachte plaatsen en bij de gekste bezigheden. Dat vind ik het mooiste moment van het schrijven. In mijn hoofd woont dan ook een lieve sproken-fee met een toverstafje.
De titel van deze blog was bedoeld om u aan het lezen ervan te krijgen; dit was ongeveer mijn negenentachtigste blog. (Met dank aan Guus.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten