vrijdag 1 november 2013

Honi soit qui mal y pense!

Leraar van het jaar 2010, Trudy Coenen, heeft onlangs een boekje gepubliceerd over het vmbo: ‘Spijbelen doe je maar thuis’. Zoals bekend zitten er op het vmbo zitten veel allochtone leerlingen, zeker op haar zwarte montessorischool in Amsterdam-Zuidoost. Trudy Coenen gaat respectvol om met de verschillende culturele achtergronden van de kinderen in haar klas, maar ze houdt vast aan een aantal gebruiken en fatsoensnormen, zoals die in dit land sinds jaar en dag gelden. Ze gaat genuanceerd om met de verschillen in gebruiken van respectievelijk de F-cultuur  en de G-cultuur. Zoals het elkaar een hand geven bij een (eerste) ontmoeting. (Bestaat dit onderscheid nog steeds? Ik placht het halverwege de jaren negentig te doceren in het pedagogiek-vak Gezinssystemen.)
‘Maar juf’, zegt een van haar leerlingen, ‘u hebt een groot probleem, want mijn vader geeft vrouwen geen hand.’ ‘Maar lieverd’, zegt juffrouw Coenen dan, ‘je vader heeft een probleem, want hij komt er zonder een hand te geven niet in.’ Deze reactie  getuigt van een rechte rug en een doelgerichtheid, waar die van de voormalige politieke diva Rita Verdonk maar bleek bij afsteekt, toen zij op die Tilburgse imam stuitte die haar weigerde een hand te geven. Een verontwaardigde reactie van de toenmalige minister van Integratie  was zijn deel, maar dat deerde hem weinig. De imam volhardt nog steeds in zijn ‘handjes thuishouden’, zoals laatst een goede vriendin van me mocht ervaren.
Juffrouw Coenen vindt haar vmbo-leerlingen veel gemoedelijker en gezelliger dan de medeleerlingen van (en?) haar zoontje die op het gymnasium zit. Op die eliteschool word je als leraar past echt gepest, zegt ze in een interview met het Onderwijsblad (15). (De boosaardigheid van deze eliteleerlingen klinkt ook door in ‘Het Diner’ van Herman Koch, overigens.)
In de klas van haar zoon hadden ze afgesproken geen spier te vertrekken als de docent een grap vertelde, nou ja zeg! Dat zouden haar vmbo’ertjes nooit doen, die kunnen zoiets niet bedenken. Ik vind de reactie echter kostelijk, sterker nog ik maak het zelf ook wel eens mee in mijn eigen lessen. Laatst meende ik een leuke grap te moeten vertellen aan een mbo-klas, niveau 4; de leerlingen keken me als bij afspraak aan met een blik van ‘waar heeft die leraar het over’. Honi soit qui mal y pense. Wee hij (of zij) die hier slecht over denkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten