woensdag 11 december 2013

Regels zijn regels?

Het gezegde ‘Regels zijn regels’ wekt de haast dwingende suggestie dat regels geen middel zijn tot, maar doel op zich. Dat is onjuist: regels zijn middel tot doel. Of zouden dat altijd moeten zijn. Doel moet hier op tweeërlei manieren worden verstaan. Regels hebben een intrinsiek en een extrinsiek doel.
Om met het laatste te beginnen: regels zijn bedoeld om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Omdat verondersteld wordt dat dit zowel de effectiviteit als de efficiency van en in de organisatie bevordert. De vraag is of dit altijd juist is. De neuzen dezelfde kant op leidt maar al te vaak tot ‘duikgedrag’ en organisatiepolitieke correctheid. Steek vooral niet je kop boven het maaiveld, of streef vooral je leidinggevenden niet voorbij in ambitie en intelligente aanpak.
Van de andere kant, een organisatie als een kruiwagen vol met kikkers schiet ook niet op. Ook hier bewijst een gulden middenweg zijn nut. Intelligente en creatieve dissidenten met hart voor de zaak, - dat dan weer wel -, krijgen de ruimte, ook al kijkt de zwijgende, maar de laatste jaren steeds luidruchtiger wordende, meerderheid hier verstoord van op.
Het intrinsieke doel van de regel is het bevorderen van hoogwaardige kwaliteit van en in een organisatie. Voor dit doel mogen zelfs regels wijken, als dit nodig is. Dit vereist van een organisatie wel de nodige flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Met andere woorden: als het intrinsieke doel het vraagt van de regels af te wijken, dan heeft het externe doel, -  alle neuzen dezelfde kant op -, het nakijken. Het is goed in discussies over regels met dit gegeven rekening te houden, want maar al te vaak krijgt het extrinsieke doel de voorrang.
Van bepaalde soorten regels kan een schoolorganisatie niet afwijken, de wet op de BVE, bijvoorbeeld. Dura lex, sed lex. (De wet is streng, maar het is de wet.) Toch biedt de wet genoeg mazen om zelfs een school vissen er doorheen te laten zwemmen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten