Als talenman heb ik minder positieve associaties bij het
woordje lean en het gerenommeerde
woordenboek dat ik al sinds mijn middelbareschooltijd in gebruik heb, The concise Oxford dictionary, bevestigt
deze sceptische bijgedachten. De eerste betekenis van het woordje lean als bijvoeglijk naamwoord is, - en ik
vertaal nu zelf weer uit het Engels: dun, mager, on-voedzaam, van arme
kwaliteit en schaars. Dit woordbetekenisveld wordt toegepast op bijvoorbeeld
lichaam, oogst, jaren, dieet. De positieve (en tweede) betekenis van het woord
is van toepassing op vlees, te weten niet vet, spierrijk vlees. En daar zal de
link dus vandaan komen voor het lean-managementprogramma.
(Lean als werkwoord betekent vertaald
leunen, maar deze betekenis is in dit verband niet direct van toepassing.)
In de wandelgangen wordt soms misnoegd gesproken van een verkapte
bezuinigingsoperatie en gezegd dat lean sturen
en opereren tot een verschraling van de organisatiecultuur leidt. Inktbroeder
Henk Benders schreef er op Ons Plein al een kritische blog over. De waarheid
zal wel ergens in het midden liggen: wegsnijden van zieke (bureaucratische)
delen binnen onze organisatie, daar kan niemand iets op tegen hebben, behalve
de collega’s die (deels) overbodig werk uitvoeren natuurlijk. Maar wegsnijden
van vitale delen, en daar reken ik weliswaar geld kostende maar uiteenlopende
organisatiecultuur bevorderende activiteiten of voorzieningen onder, is
natuurlijk slecht voor de gezondheid van het instituut en dus niet ongevaarlijk voor het voortbestaan ervan.
Het woordje lean roept
ambivalente gevoelens en gedachten op en daarom stel ik voor om het te
vervangen door het woordje slim. Dan zijn
we gelijk ook van dat vervelende Engels af dat onze (management)taal teistert.
Ofschoon slim behalve een positieve ook
een pejoratieve betekenis heeft in de zin van schuin. In timmerliedenjargon: die deurpost staat slim. Toch is er
nog meer aan de hand met dat slim. Maar
daarover een volgende keer meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten