donderdag 22 mei 2014

Niko

Een dag voor Niko overleed, schreef ik onwetend dat hij daags erop ons definitief zou verlaten onderstaande blog. Een in memoriam avant la date zoals later bleek, voor een man die binnen onze schoolorganisatie gewaardeerd en gerespecteerd werd, en bovenal ook geliefd was.

Het zou als niet erg gepast ervaren kunnen worden om een blog te schrijven over een collega die onze organisatie vanwege zijn ernstige ziekte heeft moeten verlaten.  En het is zeker niet gebruikelijk. Net zoals het ongebruikelijk is om te praten over het gemis van een collega die elders is gaan werken. ‘Niemand is onmisbaar heet het dan’, tamelijk gevoelloos. En inderdaad er dient zich altijd wel weer een nieuw (en soms nog jong) talent aan om de werkzaamheden die zijn achtergelaten door degene die vertrok weer op te nemen. Maar toch. 

In het onderwijs is vaak sprake van langdurige arbeidsrelaties, gewoon omdat mensen lang in het zelfde onderwijsinstituut blijven werken. (Onderwijs is een boeiend werkterrein!) En dat schept een band. In een van mijn blogs heb ik deze band uitgedrukt met de term ‘intieme vreemden’. Na jarenlange samenwerking word je zo vertrouwd met elkaar dat de grens van het collega zijn met wederzijds goedvinden wordt overschreden, maar dan niet altijd weer zo ver dat je kunt spreken van een vriend of vriendin. Ofschoon dat ook voorkomt, zelfs tot aan het verschijnen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand toe. Zoals bij schrijver dezes het geval was. (Onze OGT-baby’s zijn intussen vooraan in de twintig.) Maar toch.

Onze eigen Hans Spekman van het college van bestuur is, zoals iedereen die hem wat nader kent weet, ernstig ziek en hij zal naar algemeen verwacht wordt niet meer in ons onderwijsinstituut terugkeren. Dat zijn de  harde feiten. Intussen gaat het werk gewoon door. ‘Who wants yesterday’s papers?’, zong een beatgroep in de sixties. Maar toch.

De Hagenees Niko van Dorp is hét voorbeeld van een geslaagde integratie in ons Brabantse land. En zoals het bij  het ‘import’ zijn betaamt, hij bracht ook veel mee. Zijn bonhomie en (intussen Brabantse) gemoedelijkheid, zijn scherpe intellect en verbale vernuft, zijn onverstoorbaarheid en zijn onovertroffen nuchterheid en eenvoud, die zijn handelsmerk werden. Dat handelsmerk drukt solidariteit uit, om met de socialist  Hans Spekman te spreken, én betrokkenheid met de mensen, studenten, docenten en dienstverleners op onze onderwijsinstituten.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten