Een neef van moederskant gaf de middeleeuwse misdaadroman
in Nederland uit en vestigde daarmee zijn naam in de uitgeverswereld. Ik las het boek net
voor het in het Nederlands verscheen in het Engels: The Name of the Rose. In die tijd hield
ik me na een laat afgebroken studie theologie onledig met een (verlate)
studie Nederlands en ik had behalve uit familiemotieven ook vanwege het
taalprobleem dat het boek opwerpt veel belangstelling voor het werk van Eco.
De hoogleraar semiotiek Umberto
Eco wil (hij leeft immers in zijn werken voort) met zijn boek laten zien dat tekens, de letters van een boek, een fictief
domein op zichzelf vormen en niet moeten worden verward met de werkelijkheid
die ze in symbolen weergeven. Droge kost? Valt reuze mee, want het verhaal
loopt als een trein. De Naam van de Roos is
immers een erg spannende thriller. Ofschoon het geen gemakkelijk boek is, want
in de ‘gothic novel’ wordt onder andere de controverse beschreven tussen de twee
overheersende filosofische stromingen in de Hoge Middeleeuwen; de via antiqua en de via moderna. Deze komen tot uiting in het kerkelijk conflict tussen
de gevestigde kloosterordes, de benedictijnen, en de nieuwe stadsordes, de franciscanen. De WizKids in die tijd. Als dit conflict uiteindelijk in het voordeel van de laatsten beslecht is,
hebben de tekens, de letters van een boek bijvoorbeeld, hun magische kracht verloren. 'Stat rosa pristina nomine, nomina nuda tenemus',
verzucht de hoofdpersoon uit de roman, de oude monnik Adson van Melk aan het eind van het fictieve manuscript, waarop
Eco zijn boek zegt gebaseerd te hebben. De roos van vroeger bestaat niet (meer),
we hebben alleen maar haar naam. Alles is fictie (geworden).
Mijn bekende neef vertelde in een
interview dat hij Umberto Eco gunstig placht te stemmen tijdens de
onderhandelingen over honoraria en dergelijke, door hem mee uit eten te nemen
naar michelinster-restaurants. Behalve van goed eten
hield de hooggeleerde ook van een glaasje. Tijdens het diner gingen er met
gemak twee flessen wijn doorheen – mijn neef is geheelonthouder; geen
familietrekje overigens – afgeblust met een paar kloeke bellen cognac en
sigaar. Aan de hooggeleerde Italiaan was niets menselijks vreemd. Ook dat laat hij zien in zijn weergaloos geschreven roman, Il Nome della Rosa.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten