Mijn eega rijdt al
veertig jaar prima en is zo sportief mij mijn ‘klein gebrek’ niet euvel te
duiden. Ik zit vaak bij mijn vrouw in haar auto. Naast haar gezeten heb ik al
heel wat boeken gelezen. Ik schaam me er nu niet meer voor geen rijbewijs te
bezitten, vind het zelfs een beetje stoer. Mijn afwijking maakt me tegelijk
bijzonder. En Arnon Grunberg, Jan Siebelink en een prof van Tilburg University die ik toevallig ken,
hebben ook geen rijbewijs. Maar diep
vanbinnen vond ik mezelf toentertijd maar een mietje en besloot ik van mijn
gebrek een deugd te maken. Ik voerde het milieu als rationalisatie en drogreden
op waarom ik geen auto reed, waarbij ik verzweeg dat ik honderd rijlessen had
gehad. Menselijk al te menselijk.
In een bepaald jaar gaf
ik taalles aan mbo-leerlingen van de opleiding Autotechniek. Aardige jongens. In hun
klaslokaal rook het altijd naar smeerolie. Vond ik lekker ruiken, want ik ben
geen autohater. In tegendeel. Als ik auto zou kunnen rijden, reed ik in een Mercedes
Sport. Ik wist een jaar lang het onderwerp rijbewijs te mijden, en als de
automonteurs in opleiding mij vroegen welke auto ik reed, noemde ik het merk
van de auto van mijn vrouw. Dat was toen een Renault 4. Daar lachten mijn
automonteurs in de dop wat smalend om. Hadden ze wel gedacht, want ik had in
die tijd een ziekenfondsbrilletje op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten