Hoe zag het onderwijs er
dertig jaar geleden uit? Welnu, het was kleinschaliger, minder bureaucratisch,
minder vervreemdend, maar in de omgangsvormen (docent-student, collegiaal) een tikje formeler. Leuker? Beter? Dat is de vraag. De herinnering
is ’s mens’ grootste bedotter. Lees: De
heimweefabriek van Douwe Draaisma. Wat in elk geval leuker en beter lijkt
is het feit, dat ik toen een stuk jonger was dan nu. Het sneue is dat ik me
daar toen helemaal niet van bewust was. Ik was nog volop bezig mezelf uit te vinden, na een wat uit de hand gelopen
studententijd. Dat laatste kon toen nog. Langstudeerders zoals ik, Maxim
Verhagen en Mark Rutte (ofschoon geen babyboomer) schoven de tijd van volwassen worden liever
voor zich uit. Lees: De
adolescentenmaatschappij van de Amerikaanse schrijver Robert Bly.
Maar goed, het onderwijs
toen dus. Er was nog een taakbeleid met ballen, dat niet weg gerationaliseerd was
met drogredenen als vrije model en resultaatverantwoordelijkheid. Ik kom hierop
omdat vorige week de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen waarin ernaar
gestreefd wordt om docenten in het voortgezet onderwijs (Het mbo wordt nergens
genoemd.) maximaal 20 uur les te laten geven in de week. Door docenten voortaan
maximaal 20 uur per week voor de klas te laten staan, zouden ze meer tijd
kunnen besteden aan de kwaliteit van het onderwijs. Nu ligt teveel de nadruk op
het aantal lesuren in plaats van op de kwaliteit van de les.
Wordt vervolgd. Lees: Van oude mensen de dingen die voorbijgaan van
Louis Couperus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten