Het
katholieke geloof schreef de meesten van ons naastenliefde voor:
Gij zult (God en) uw naaste liefhebben als uzelf. De Godsdienst van de
Vaderen legde de lat hoog. De vraag bleef of je hiertoe wel in staat was in
combinatie met je aangeboren driften tot zelfbehoud. Sigmund Freud sprak van de
drift tot voedselopname en de seksuele drift. De laatste was niet alleen
gericht op de voortplanting, maar ook op de lustbeleving. Ook was het maar de
vraag of je (naasten)liefde überhaupt kunt opleggen, laat staan afdwingen. Feit
blijft echter wel dat mensen tot naastenliefde in staat blijken te zijn, maar
dan uit vrije wil of uit religieuze inspiratie (Gods Woord). Of van nature, die
tot uiting komt in de liefde voor je kinderen. Maar dan kun je niet anders.
Kun je ook goed zijn voor
je collega’s, of staat je omgang met hen enkel in het teken van
functionaliteit? Ieder van ons kent zijn functie- en taakomschrijving en
handelt instrumenteel daarbinnen, om zo het beste resultaat te krijgen. Of
beste? Goed, want we leggen doorgaans de lat niet zo hoog. Als je goed bent
voor je collega’s dan is je handelen niet instrumenteel, maar teleologisch:
doel op zich.
In de loperswereld is de
Runner’s High een geliefde ervaring. Van langdurig hardlopen kun je blij worden,
omdat je tijdens de loop op den duur in een soort trance geraakt, door de productie van serotonine en dopamine in je brein. Iets dergelijks schijnt
te gebeuren, maar dan in veel mildere vorm als je een goede daad verricht. Bij
Rotary Clubs is deze kennis gemeengoed. Iets voor het onderwijsveld?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten