zondag 18 september 2016

Helper’s High

Wie goed doet goed ontmoet, placht mijn goede moeder te zeggen. Als jij wat voor de ander doet, zal die ander eerder geneigd zijn voor jou hetzelfde te doen. Do ut des, zeiden de Oude Romeinen, ik geef opdat jij mij geeft. In deze zegswijze zit echter het aspect van tegenprestatie opgesloten. Er is dan geen sprake meer van het onversneden altruïsme, dat in mijn moeders spreuk was inbegrepen.

Het katholieke geloof schreef de meesten van ons naastenliefde voor: Gij zult (God en) uw naaste liefhebben als uzelf. De Godsdienst van de Vaderen legde de lat hoog. De vraag bleef of je hiertoe wel in staat was in combinatie met je aangeboren driften tot zelfbehoud. Sigmund Freud sprak van de drift tot voedselopname en de seksuele drift. De laatste was niet alleen gericht op de voortplanting, maar ook op de lustbeleving. Ook was het maar de vraag of je (naasten)liefde überhaupt kunt opleggen, laat staan afdwingen. Feit blijft echter wel dat mensen tot naastenliefde in staat blijken te zijn, maar dan uit vrije wil of uit religieuze inspiratie (Gods Woord). Of van nature, die tot uiting komt in de liefde voor je kinderen. Maar dan kun je niet anders. 
 
Kun je ook goed zijn voor je collega’s, of staat je omgang met hen enkel in het teken van functionaliteit? Ieder van ons kent zijn functie- en taakomschrijving en handelt instrumenteel daarbinnen, om zo het beste resultaat te krijgen. Of beste? Goed, want we leggen doorgaans de lat niet zo hoog. Als je goed bent voor je collega’s dan is je handelen niet instrumenteel, maar teleologisch: doel op zich. 

In de loperswereld is de Runner’s High een geliefde ervaring. Van langdurig hardlopen kun je blij worden, omdat je tijdens de loop op den duur in een soort trance geraakt, door de productie van serotonine en dopamine in je brein. Iets dergelijks schijnt te gebeuren, maar dan in veel mildere vorm als je een goede daad verricht. Bij Rotary Clubs is deze kennis gemeengoed. Iets voor het onderwijsveld?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten