Touché! Toen ik jong was, was ik tegen
de maatschappij, de bestaande maatschappelijke verhoudingen daarbinnen en de
gevestigde orde, het establishment. Voor je veertig volgde je je hart en was je links, na je veertig gebruikte je je
hoofd en werd je rechts, zo luidde het aforisme. Klopte wel denk ik. Toen.
Bij mijn studenten ligt
het nu andersom: ze zijn ver voor de veertig, zijn over het algemeen rechts en
gebruiken dus hun verstand nu al. Ze zijn zich van hun
maatschappij-politieke oriëntatie in termen van links en rechts niet bewust,
omdat deze oude tweedeling hun niets meer zegt. Mijn kinderen, in de twintig en
in de dertig intussen zijn ook rechts, maar ze zijn zich van geen ‘kwaad’
bewust.
Hoe ga ik hiermee om als
oude linkse rakker? Niet, want zoals
ik al zei: ik ben zelf ook rechts (geworden;). Moet ik uit de politieke oriëntatie van mijn studenten en mijn kinderen concluderen dat zij hun
hart dus niet volgen? Nou nee, want als ik naar werk en opleiding van alleen al
mijn kinderen kijk, dan zijn ze beslist maatschappelijk betrokken. Meer dan
ikzelf misschien wel. Ze zijn dit echter vanuit een ander maatschappelijk
paradigma, dat meer recht doet aan de werkelijke toestand in de wereld, om met
wijlen GBJ Hiltermann te spreken. De jonge mensen aan wie ik lesgeef hebben een
opleiding gekozen die hen toeleidt naar een positie binnen de maatschappelijke
dienstverlening, in casu het onderwijsveld. Naast hun baan(tje), die ze bijna
allemaal hebben, doet een deel van hen ook nog vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld binnen
de scouting. Vaak snap ik niet dat zij
nog tijd hebben voor een studie met daarbinnen een vaak veeleisende stage. Heus
waar, er zijn studenten die geen tijd hebben om uit te gaan. Tot opluchting van
ouders, dat dan weer wel.
De maatschappelijke
betrokkenheid van jonge mensen van nu is gebaseerd op no-nonsense, en niet op
de luchtfietserij van ons babyboomers in onze jonge jaren. Wij hadden tijd zat
om uit te gaan, om aan een glas bier of lurkend aan een joint de wereld opnieuw
uit te vinden. En studietijd was ons toen nog redelijk ruim toegemeten:
minstens tien jaar. Vraag maar aan Mark Rutte, onze premier, die volgens de
ruime definitie nog net bij de babyboomgeneratie hoort.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten