zondag 2 oktober 2016

PIZ3 / Rechts & Links

Onlangs hoorde ik mezelf zeggen: ‘Ik wil na mijn pensioen wat terugdoen voor de maatschappij.’ (‘Na mijn pensioen’ is een onlogische en wat ongelukkige uitdrukking, want na mijn pensioen volgt de Grote Vakantie, en dan hoef ik helemaal niets meer te doen.) Een vriend keek van mijn woorden op: ‘Toon, je wordt oud. Vroeger zou je dat nooit over de lippen hebben gekregen.’

Touché! Toen ik jong was, was ik tegen de maatschappij, de bestaande maatschappelijke verhoudingen daarbinnen en de gevestigde orde, het establishment. Voor je veertig volgde je je hart en  was je links, na je veertig gebruikte je je hoofd en werd je rechts, zo luidde het aforisme. Klopte wel denk ik. Toen.

Bij mijn studenten ligt het nu andersom: ze zijn ver voor de veertig, zijn over het algemeen rechts en gebruiken dus hun verstand nu al. Ze zijn zich van hun maatschappij-politieke oriëntatie in termen van links en rechts niet bewust, omdat deze oude tweedeling hun niets meer zegt. Mijn kinderen, in de twintig en in de dertig intussen zijn ook rechts, maar ze zijn zich van geen ‘kwaad’ bewust.

Hoe ga ik hiermee om als oude linkse rakker? Niet, want zoals ik al zei: ik ben zelf ook rechts (geworden;). Moet ik uit de politieke oriëntatie van mijn studenten en mijn kinderen concluderen dat zij hun hart dus niet volgen? Nou nee, want als ik naar werk en opleiding van alleen al mijn kinderen kijk, dan zijn ze beslist maatschappelijk betrokken. Meer dan ikzelf misschien wel. Ze zijn dit echter vanuit een ander maatschappelijk paradigma, dat meer recht doet aan de werkelijke toestand in de wereld, om met wijlen GBJ Hiltermann te spreken. De jonge mensen aan wie ik lesgeef hebben een opleiding gekozen die hen toeleidt naar een positie binnen de maatschappelijke dienstverlening, in casu het onderwijsveld. Naast hun baan(tje), die ze bijna allemaal hebben, doet een deel van hen ook nog vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld binnen de scouting. Vaak  snap ik niet dat zij nog tijd hebben voor een studie met daarbinnen een vaak veeleisende stage. Heus waar, er zijn studenten die geen tijd hebben om uit te gaan. Tot opluchting van ouders, dat dan weer wel.

De maatschappelijke betrokkenheid van jonge mensen van nu is gebaseerd op no-nonsense, en niet op de luchtfietserij van ons babyboomers in onze jonge jaren. Wij hadden tijd zat om uit te gaan, om aan een glas bier of lurkend aan een joint de wereld opnieuw uit te vinden. En studietijd was ons toen nog redelijk ruim toegemeten: minstens tien jaar. Vraag maar aan Mark Rutte, onze premier, die volgens de ruime definitie nog net bij de babyboomgeneratie hoort.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten