‘De Nederlandse docent
moet orde leren houden’, kopte het nrc.next-artikel dat ik later las in de
trein. ‘Het is vaak een zooitje in onze schoolklassen. De discipline van de
Nederlandse leerling is erbarmelijk, aldus de OESO. Docenten gaan op cursus om
daarmee om te gaan’, schreef de lead bij het artikel. In een rapport over het
onderwijs in Nederland schrijft de OESO (Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling van 35 rijke landen) dat ons land het laagste
scoort wat disciplinair onderwijsklimaat betreft. Daarentegen is volgens het
CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) het onderwijs in Nederland koploper in
burn-outklachten. Ruim een op de vijf docenten heeft er last van. Klopt dat
cijfer ook voor onze schoolorganisatie?
Overigens scoort het
Nederlands onderwijs volgens hetzelfde OESO-rapport inhoudelijk wel goed. Door
onze typisch Nederlandse didactische werkvormen werkt de ogenschijnlijke chaos
in de klas niet al te negatief door op leerprestaties en leerresultaten. We
polderen in ons onderwijs heel wat af. Bij onze bewuste keuze voor samenwerking
in groepjes met bijbehorend onderling overleg hoort nu eenmaal enige reuring.
En voor de trage opstart van veel Nederlandse lessen moet je als docent enige
acceptatie ontwikkelen. Zo kan het worden beleefd als ons geliefde ‘Brabants
kwartiertje’.
Het artikel in nrc.next
heb ik als discussieonderwerp in de groep (Onderwijsassistenten) gegooid, ter
voorbereiding van het taalvaardigheidsexamen Gesprekken Voeren. Heeft dit
onderwerp je interesse gewekt en wil je op zoek naar tips & tops: www.degeliefdeleraar.nl.
Bron: nrc.next maandag 3 oktober ’16, pag. 10-11
Geen opmerkingen:
Een reactie posten