zaterdag 15 oktober 2011

Bint (2)

De jongens hadden bijna allemaal een blauwe overall aan. Het heette dat zij daarvoor een praktijkles hadden gehad en de les erop er weer een zouden krijgen, vandaar. Het was niet gebruikelijk, verboden zelfs, dat leerlingen in werkkleding de theorielessen volgden, maar hij besloot het maar door de vingers te zien. Temeer omdat hij eerder opgemerkt had dat zijn nieuwe collega´s er ook niet bepaald consequent mee omgingen. Bovendien had de klas in de loop van twee jaar de nodige privileges op school opgebouwd en die neem je niet zomaar af.

Hij werd plotseling een vage geur gewaar van metaal, olie en iets wat op wagensmeer leek, die hem tot zijn lichte verbazing enigszins zich op zijn gemak deed voelen. Hij kon voor zichzelf niet verklaren waarom, maar incasseerde het als een cadeautje; hij kon wel wat mentale ondersteuning gebruiken.

Het klassenboek was verdwenen en wat mismoedig begon hij de namen van de leerlingen op te vragen. Terwijl hij deze noteerde gewerd hem de bevinding, dat deze enigszins deden denken aan de namen van leerlingen in een verhaal van zijn favoriete schrijver Bordewijk, over een onwillige klas ergens in de jaren dertig: Karel Dickens, Stefan Waterloo, Sultan Ataturk, Sjaak Oetelaar, Bart Bokkers, Mo Riffi, Tunnis Balkenbrij. Er was zelfs een jongen van wie voor- en achternaam identiek waren: Martin Martin. Hij vroeg zich af of Het Opperlands van Hugo Brandt Cortius daar ook voorbeelden van had.

Hij had zich voorgenomen geen preek te houden, maar gewoon – business as usual – met de les te beginnen. Niemand had klaarblijkelijk boeken bij zich. Daar had hij in voorzien, want de lessen maatschappijleer waren al een paar weken uitgevallen, bij ontstentenis van een bevoegde of bekwame leraar. Het werd een diagnostische toets, - Wè’s dè? -, waarvan de afname praktisch de hele les zou benemen. Had de uitgeverij beloofd. Een tijdje bleef het zelfs rustig, op de gewone dierentuingeluiden na die een klas vol met pubers en adolescenten van de mannelijke sekse nu eenmaal voortbrengt. Na twintig minuten had de hele klas de toets bij hem ingeleverd: Aaf mister! De resterende dertig minuten strekte zich als een lichtjaar voor hem uit.  De stichtelijke toespraak (gedragsregels en werkafspraken) moest er dan toch van komen. Gevolgd door wat les, mocht hij daar nog aan toekomen.

Elke klas, hoe moeilijk ook, is wel zo fair de docent in zijn eerste les een redelijke overlevingskans te geven. Deze niet. Hier en daar ontstonden in het klaslokaal al wat ongeregeldheden, die hij echter met enig verbaal tegengas de kop wist in te drukken. Tot een leerling plotsklaps in een staccato ritme met zijn voorhoofd op het blad van het tafeltje voor hem begon te tikken. Daarbij zong hij met een hoog piepstemmetje ongevraagd een liedje van de nieuwe popster Prince. De jonge docent dacht aan het geslaagde weekend met zijn vriendin. Hij riep de extatische leerling tot de orde, maar erg lukken wilde dat niet. De bemoedigende opmerking van de buurman van de leerling: dat heeft-ie wel vaker, verschafte hem wel enige rust. De leerling hield er net zo plotseling mee op als hij ermee begonnen was.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten