Er heerst een wijdverbreid misverstand over formuleringen met hun of hen, groter als of groter dan. Mag ´Hun hebben dat gedaan´ of ´Groter als mijn huis´ nu wel of niet? De taalgeleerden zijn er al lang uit: ze mogen! Voor het gewone, alledaagse taalgebruik wel te verstaan, maar ze zijn niet altijd aan te raden. En voor het onderwijs zijn ze (nog) taboe.
Toen ik Nederlands studeerde aan de Katholieke Leergangen, - wat een heerlijk vertrouwde en herkenbare naam is dat toch! – , verzekerden mijn docenten mij, hierbij verwijzend naar de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst) dat hun en hen, als en dan door elkaar gebruikt mogen worden. Zeker in de gesproken taal. Hoe dat zat? Welnu, de ANS zegt dat de grammaticaal meest gangbare formulering Groter dan of Zij hebben is, maar dit is een beschrijving, geen voorschrift. De ANS beschrijft namelijk het gangbare Nederlands, maar schrijft niet voor zoals het Groene Boekje, woordenlijst der Nederlandse taal in zake de spelling doet. Grammatica of spraakkunst is volgend en als de taalgebruikers massaal gaan zeggen dat hun hebben ook goed is, dan loopt ANS op een afstandje achter die formulering aan en zal ze zich na verloop van tijd op dit punt aanpassen.
Het doceren van formuleringen als hun hebben of groter als aan onze studenten is echter verboden, omdat de overheid vindt dat de docenten zich niet alleen aan de spellingregels van de Nederlandse Taalunie moeten houden, regels zoals ze zijn neergelegd in het Groene Boekje, maar ook aan de regels van de gangbare spraakkunst. Deze staan beschreven in de ANS. De overheid heeft bepaald dat wat als meest gangbaar geldt bij de sprekers van de Nederlandse taal of algemeen geaccepteerd door hen (pas op: niet hun!), verplichtend is voor het onderwijs.
Grammatica is spraakkunst, hoe we de dingen zeggen. Volgens de taalfilosoof Wittgenstein wordt door de grammatica het wezen van de dingen uitgesproken. Wat hij daar precies mee bedoeld heeft, is moeilijk te zeggen, maar het komt er op neer dat in de taal wordt uitgedrukt, uitgesproken, wat in de wereld het geval is en hoe alles het geval is. En dat laat de overheid vrij voor de niet docerende en studerende burger. De ANS is voor taaldocenten gezaghebbend. Dus in geval van twijfel raadpleeg ik als taaldocent mijn ANS, die zich overigens ook online aanbiedt. Gratis!
Daarnaast is er nog het pragmatische advies dat het bezigen van groter als of hun hebben aan onze studenten af te raden is, want deze worden door de mensen die het voor het zeggen hebben in de maatschappij, overheid en bedrijfsleven, maar niet alleen zij (!), negatief gewaardeerd. Dus als een sollicitant in zijn brief over andere potentiële werkgevers meldt dat Hun een aantrekkelijk aanbod deden, maar hij toch kiest voor uw bedrijf, dan is de kans groter geworden dat hij niet wordt uitgenodigd voor een gesprek.
Laat het maar aan de volgende generatie docenten over of hun anders zullen doceren!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten