zaterdag 12 november 2011

Omhoog-denken

In de Volkskrant stond onlangs dat nog niet de helft van de ingestroomde mbo’ers in ons land uiteindelijk een hbo-diploma behaalt. Het zelfde teleurstellende cijfer geldt ook voor de ingestroomde havoërs. Nu zult u misschien heimelijk denken: het is toch maar mbo; als de havoërs het al niet kunnen, wat verlangen we dan nog als ROC van onze eigen leerlingen. Of dat laatste ons gerust moet stellen is de vraag. Het is namelijk steeds minder vaak zo dat mbo na vmbo als een slechter alternatief voor havo wordt beschouwd. Beide opleidingen stromen bovendien uit op niveau 4. Oud-mbo-leerlingen op het hbo zeggen dat hun hbo-opleiding goed aansluit op de onze wat de praktijkvorming betreft, maar veel minder wat de theoretische vorming aangaat. Ze moeten nu toch veel lezen, luidt telkens de verzuchting, en dan al die schriftelijke tentamens…
Het is in het hbo steeds meer  gebruikelijk geworden om elk werkproces, d.w.z. een cluster bij elkaar behorende competenties,  theoretisch af te toetsen. In het mbo is dit minder gebruikelijk, althans op veel opleidingen heb ik de indruk. Ik denk dat we daar wel een oorlog te winnen hebben.
Na de invoering van het competentiegerichte onderwijs werd de lijst door de leerlingen aan te schaffen handboeken en werkboeken van uitgeverijen elk jaar korter. We zouden het onderwijs weer zelf uit gaan vinden en belandden in een situatie waarin er wel leerling-vriendelijk studiemateriaal ontwikkeld werd, maar waarbij de theoretische borging nogal eens over het hoofd werd gezien of bewust achterwege werd gelaten. Omdat het niet meer van ‘deze tijd’ was: leerlingen zochten het zelf wel op. Wat duidelijk niet het geval blijkt te zijn! Internet als bron dus; wat een mer à boire blijkt. Onze leerlingen verzuipen erin. Weg theoretische vorming! We keren gelukkig weer op onze schreden terug.
Praktijkvorming is een ‘holistische’ vorm van leren: alle zintuigen en geestvermogens worden ingezet. Daardoor lijkt het leerproces zich automatisch te voltrekken en zeker voor een mbo-leerling beter te volbrengen, want die is nu eenmaal meer op de praktijk ingesteld en toegesneden. Met de theoretische vorming is er iets anders aan de hand: deze doet vooral een appel op de cognitieve vermogens (kennis en inzicht verwerven) van de leerling. Dat ervaart een leerling als vreemd, omdat het maar voor een deel, en dan nog wel op zijn abstractievermogen, een inspanning van hem vraagt. Cognitieve inspanning vraagt veel van de leerling en vreet energie; de meesten houden dit ook niet lang vol. Ons onderwijs zal er weer meer op toegesneden moeten worden onze leerlingen daarin te trainen. Ook mbo-leerlingen hebben daar recht op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten