dinsdag 8 november 2011

Omlaag-denken

Als leraar denk je vaker omlaag dan omhoog. Dat hoort nu eenmaal bij het beroep. Bij studenten is dat omgekeerd: zij denken vaker omhoog, tenminste als de leraar hun die mogelijkheid biedt. Het is al een hele tijd gebruikelijk in onderwijsland om als leraar door de knieĆ«n te gaan en op zijn ‘hukkes’ op het niveau van de student te komen en met hem (m/v) een ´onderwijs-leergesprek´ aan te gaan. De leraar ‘verlaagt’ zich dan tot het niveau van de student en probeert angstvallig voor hem begrijpelijke taal te gebruiken: jip-en-janneketaal. Het is not done  om het verhaal voortdurend te doorspekken met moeilijke termen. Nu kun je als leraar niet om vaktaal heen, maar spaarzaamheid hierin is het devies; voortdurend is er die zorg of hunnie het nog wel begrijpen.
Voor deze lerarenpositie heeft de onderwijskunde allerlei termen bedacht: leerlinggericht leren, leerling-vriendelijk leren, etc. Het accent ligt in de eerste plaats op het doel: bereik ik als leraar de student? Niet andersom: spant de student zich in om de leraar te begrijpen? Doet-ie genoeg zijn best om op een hoger niveau te komen? Nu zal dat wel lukken als de leraar op zijn ‘hukkes’ blijft zitten, maar het is de vraag of de student zo op een hoger niveau komt, omhoog-denkt. Wat als de leraar rechtop gaat staan, is de student dan nog bereid hem te begrijpen? Is hij bereid om op zijn tenen te gaan staan en omhoog te denken in plaats van horizontaal in de situatie van de op zijn hurken zittende leraar met zijn jip-en-janneketaal?
De leraar denkt in zijn beroep meestal omlaag, en veel minder vaak omhoog. Het klimaat op de school van onze dagen is niet bij uitstek intellectueel en niet zo masculien. Er vindt onvoldoende wederzijdse uitdaging plaats om met zijn allen als docenten op een hoger niveau te komen; met zijn allen in een positie van omhoog-denken te komen. De trainingen en scholingen die worden ondernomen hebben voornamelijk communicatieve doelstellingen: hoe kom ik over, en veel minder echt vakinhoudelijk. Of ze hebben de schoolorganisatie als leerobject of weer een onderwijsvernieuwing. Soft skills als sociale vaardigheden, emotionele intelligentie komen er meer voor het voetlicht dan hard skills als inhoudelijke vakkennis en meesterschap in het beroep. Vakinhoudelijke scholingen en trainingen brengen docenten meer in de situatie van het omhoog-denken is mijn stelling.
Om omhoog te kunnen leren denken heeft de student basiskennis nodig. Deze wordt voornamelijk verworven door stampwerk en veel oefenen. Om nieuwe feiten en verbanden te kunnen leren bevatten, omhoog-denken dus, is een mentaal framework nodig dat die feiten en verbanden een plek kan geven. De student ontkomt er niet aan om, wil hij echt verder komen, te bikkelen en te blokken om een aantal basisvaardigheden en basiskennis onder de knie te krijgen. En daarvoor heeft hij ook een leraar nodig die dit rechtop van hem verlangt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten