zaterdag 21 januari 2012

Goedgetòld

Het Brabantse dialect is op zijn retour, maar staat desondanks volop in de publieke belangstelling. Voor dingen die verdwijnen geldt de paradoxale regel dat ze juist daardoor in beeld komen. Omdat ze weer bijzonder worden. Zelf nog dialect praten, nee dat niet meer. Hoewel, ook voor het dialect geldt een soort wet van Murphy: hoe hard je ook beweert dat dialect nu toch echt passé is, duikt het toch weer op, en op plaatsen waar je het niet meer zou verwachten.
De moderne taalkunde beschouwt het dialect als een bepaald taalregister, een taalvorm die gelijkwaardig is aan de overige taalversies van het Nederlands, inclusief de standaard. Daarmee wordt ook bedoeld dat verschillende vormen van taalgebruik afhankelijk zijn van situatie, sociale status en functie. Zo gebruiken we (verplicht) ABN in het onderwijs. Gebruiken we het Standaard Nederlands in het publieke domein, omdat we daarin te maken krijgen met taalgebruikers van allerlei afkomst en culturen. Zo heet tegenwoordig het ABN: het begrip ‘beschaafd’ werkt negatief discriminerend voor andere taalvormen van het Nederlands.
Met het Brabants, en trouwens met elk dialect, is er iets tegenstrijdigs aan de hand. Aan de ene kant zijn we er trots op, als cultuurtaal, en aan de andere kant generen we ons er een beetje voor, als spreektaal. Zelfs ons Brabantse accent doet al schaamblosjes op onze konen verschijnen, zo gauw we boven de grote rivieren zijn, of  alleen al als we in het gezelschap van Randstedelingen verkeren. Dat gevoel van schaamte wordt er sinds het verschijnen van Tante Hanny op tv in de jaren 50 in geheid; op radio en tv hoor je vrijwel alleen Randstedelijk Nederlands sprekend omroeppersoneel, dat zijn moderne stadsdialect nog eens extra aanzet met Gooise R ‘en, zoals Saskia de Boer van het Journaal.
Uit verontwaardiging daarover heeft de Tilburgse journalist Paul Spapens (maar hij woont sinds geruime tijd al in Moergestel) de stichting Tilburgs Dictee opgericht, die elk jaar haar dicteewedstrijd organiseert in de Postelse Hoef of bij Boerke Mutsaers. Hij is al jaren lang bezig om het gebruik van het Brabants te promoten. En dat doet-ie zo goed dat hij veel mensen weer van hun gène heeft afgeholpen. Trots op Tilburgs! Bekijk toch eens de site www.cubra.nl van een andere Tilburgs-dialectgoeroe, Ben van de Pol. Je vindt daarop nog oud-Tilburgse verhalen en gedichten van pater Piet Heerkens. Over het oer-Tilburgse woord ‘klotteren’ bijvoorbeeld. Of ‘golliepaopen’.
Het populairste Brabantse woord is nog altijd, hoe kan het ook anders, ‘houdoe’. Geef toe dat dit woord direct warme gevoelens bij je oproept; bij mij in elk geval wel. Zo krijg ik ook ‘penopauzale’ opvliegers als ik met mijn broers en zussen eindelijk weer eens dialect kan praoten. Met mijn kinderen spreek ik overigens ABN, maar daarover een andere keer. Dat is als taalverschijnsel een geval apart.
Wist u trouwens dat de oer-Tilburgse exclamatie: ‘Verrekte koekwaus’ in populariteit aan het winnen is bij onze schooljeugd?  Dat zegt de dialectprofessor Jos van Swanenburg in het Brabants Dagblad van zaterdag jl. Waarom je koekwaus volgens de dialectprofessor met ‘adje-au’ schrijft daar kan ik slechts naar gissen. Volgens 'De disjenèèr van de Tilbörgse taol, goedgetòld' (ook o.a. van Paul Spapens) moet het met 'otje-ou'. Wellicht geeft die ‘au’ het Tilburgse dialect fonologisch adequater weer dan ‘ou’. Tilburgers rekken klanken op: Ge maokt menne zèèk nie lauw.
Of vende dees stukske mar zèèk op ‘ne riek?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten