zaterdag 21 april 2012

Discipline

Succesvol studeren en doorzettingsvermogen gaan hand in hand, is de algemeen heersende opvatting. Dat is maar ten dele waar. Niet zozeer doorzettingsvermogen, maar orde en regelmaat zijn de grote succes bevorderende factoren. Doorzettingsvermogen of wilskracht staan maar voor een kortstondige tijdsduur de mens ter beschikking, ofwel wilskrachtig zijn houd je niet zo lang vol. Een bekend voorbeeld hiervoor is het stoppen met roken. Dat is niet blijvend mogelijk louter op basis van wilskracht. Je gaat voor de bijl een keer! Te vaak en te menigvuldig zijn de verleidingen die de getormenteerde ziel van de verslaafde mens besluipen. Je moet deze verleidingen dan ook niet afwachten, maar vóór zijn: door een nieuw ‘dieet’. Ik gebruik dit woord in de oud-klassieke betekenis van ‘leefwijze’. Het roer moet om, dus in het geval van stoppen met roken: alle bekende ‘gevaarlijke’ momenten uit je leven bannen en vervangen door iets anders. Dus in plaats van een glas wijn een longdrink alcoholvrij vocht. De avond voor de tv wordt vervangen door een avondje sport. Mutatis mutandis gaat deze vlieger ook op voor studeren.
Onze studenten staan bloot aan een groter aantal verleidingen dan hun docenten vroeger. Dat behoeft verder geen betoog. Hoe kunnen zij zichzelf zo ver krijgen dat zij desondanks hun studie tot een goed einde brengen? Juist door discipline, eerder dan door wilskracht. Adviseer hun te studeren op vaste tijden en op vaste plaatsen. Raad hun aan zoveel mogelijk verleiders uit de buurt te houden. Leer hen zichzelf telkens te belonen na gedane studiearbeid.
in mijn studietijd verbande ik mij zelf met enige regelmaat naar het voormalige Benedictijner klooster in Oosterhout. Op de ‘wave’ van een strikte dagorde werkte ik mij door tentamens en scripties heen. En na elke studeersessie wachtte mij een heerlijke maaltijd of een kopje koffie of thee met koekjes en andere versnaperingen. Verleidingen lagen er toen zeker niet op de loer, die werden geweerd door een dikke kloostermuur en een ontzagwekkende toegangspoort. Want geen internet! Ik zei het al, onze studenten hebben het niet gemakkelijk.
Dat doorzettingsvermogen of wilskracht voor een mens maar kortstondig ter beschikking staan, blijkt uit onderzoek. Proefpersonen die tijdens een experimentele sessie waarin wilskracht getoond moest worden succesvol waren geweest, toonden zich minder wilskrachtig in een volgende sessie. Omgekeerde waren proefpersonen in de tweede sessie succesvoller die in de eerste gefaald hadden. Wilskracht blijkt dus maar kort op te brengen. Discipline veel langer.
Bron: Intermediair 16 december ‘11

maandag 16 april 2012

Privacy en ziekte

Privacy is een hot item tegenwoordig. Het lijkt erop dat tegenwoordig de zeer strikte normen van vroeger  in dezen steeds verder worden opgerekt. En onder invloed van het internet worden we in onze ontboezemingen aangaande ons welbevinden, of waar we ons bevinden, steeds openhartiger. Ik neem twitter maar als voorbeeld. Daarop melden mensen om de vijf minuten waar ze zijn en wat ze aan het doen zijn.
Ook onze procedure van ziekmelding is aan deze trend niet ontsnapt. Sinds februari vorig jaar melden wij ons volgens de vigerende ziekmeldingsprocedure ziek bij de leidinggevende.  Deze stelt protocollair een zevental vragen die allemaal de ziekmelding betreffen. Wanneer ben je ziek geworden, hoe lang verwacht je ziek te zijn, wat kun je nog wel doen, zijn er aanpassingen nodig op je werk, etc.
De belangrijkste vragen die gesteld worden, heb ik echter nog niet genoemd. Dat zijn volgens het protocol vraag 2a en 2b: Wat is de aard en oorzaak van de ziekmelding?, Wat zijn de symptomen? Op Ons Plein wordt dit geformuleerd met: ‘de klacht en de oorzaak ervan (de ziekmelding) deel ik met mijn leidinggevende’. Ik parafraseer enigszins. Je hoeft geen jurist te zijn om te snappen dat dit gevoelige informatie is, die je niet zomaar van de daken schreeuwt, en ook niet in de oren van een wildvreemde fluistert.
Mij zijn nooit klachten ter oren gekomen dat onze leidinggevenden onzorgvuldig met deze informatie omgaan, en dat is hier ook niet aan de orde trouwens. De zaak ligt principiëler: het mag niet. Ik bedoel: vragen naar de klachten en de oorzaak van de ziekmelding. En de ziekmelder hoeft er al helemaal niet op te antwoorden. Aldus Viola Knop van de juridische dienst van de AOb in Onderwijsblad 18 van 12 november van vorig jaar. Je bent als ziekmelder echter wel verplicht aan de bedrijfsarts alle informatie te verstrekken, die nodig is om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen, waaronder de aard van de ziekte en de symptomen, en de oorzaak ervan. De bedrijfsarts mag de werkgever, casu quo de vertegenwoordiger van deze, betreffende deze informatie alleen laten weten dat de werknemer ziek is, of niet natuurlijk. Slechts na toestemming van de betrokkene mag de bedrijfsarts bijzonderheden verschaffen over de aard van de ziekte.

maandag 9 april 2012

De leraar en de poten onder zijn stoel

Begin jaren negentig kwam ik op twee scholen te werken, die met nog een paar andere gefuseerd waren in het toenmalige CBM, het College voor Beroepsonderwijs Midden-Brabant. De gezagsverhouding tussen leraar en leerling was in beide heel verschillend. In de ene school lag de schooldirecteur vanachter een gordijn van zijn werkkamer te loeren met een verrekijker of alles buiten ordelijk verliep; er waren geruchten opgestoken dat er tijdens de pauzes door leerlingen buiten het schoolcomplex geblowd werd: quod erat demonstrandum!
Wanneer je als leraar een leerling de klas uit stuurde was die laatste nog niet jarig, want die moest zich dan melden bij de directeur himself, die de leraar per definitie gelijk gaf en de leerling dientengevolge ongelijk. Daar hielp geen moedertje- of vadertjelief aan. Buiten schooltijd wachtte dan altijd een vervelend karwei voor de boosdoener. Meestal mocht de onverlaat  de conciërge meehelpen de schoolomgeving op te pimpen door allerlei rotzooi op te ruimen. De leraar wist zich altijd in de rug gedekt, hetgeen zijn positie in de klas versterkte en zijn aanzien bij de leerling verhoogde. Dit had bovendien een positief effect op zijn zelfvertrouwen, waardoor het relatieve gemak waarmee hij de klas kon benaderen tot gevolg had dat hij slechts bij hoge uitzondering zich genoodzaakt zag naar de noodrem te grijpen en een leerling te amoveren.
Op mijn andere school heerste een heel ander klimaat. Kon je de gezagsverhoudingen in de voornoemde school tamelijk autoritair noemen (misschien is het beter om te spreken van ‘duidelijk’, want de leerling werd er op handen gedragen, niet in de laatste plaats door middel van het degelijke beroepsonderwijs), in deze school was het klimaat eerder met een eufemisme ‘democratisch’ te noemen. De gezagsverhouding tussen leraar en leerling was in beweging, om niet te zeggen: bevond zich op een hellend vlak.
Wanneer je het als leraar waagde om een leerling uit de klas te sturen, kreeg je er stante pede een probleem bij, terwijl op de andere school het probleem voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij was, om het eens met de dichter J.C. Bloem te zeggen. Nu gebeurde het gelukkig niet zo vaak dat je genoodzaakt was een leerling uit de klas te verwijderen, daarvoor waren ze aardig, creatief en ook leergierig genoeg. Maar om sommige figuren en hun deviante gedragingen kon je ook met de beminnelijkste neiging om te schikken niet heen, want die wilden de kachel met je aanmaken. En omdat elke weldenkende leraar er een instinctieve afkeer van heeft om als brandhout door een klas te worden opgestookt, moest je wel eens overgaan tot de ultieme noodmaatregel. Maar, zoals ik al zei, dat bracht op deze school geen oplossing voor het probleem. Integendeel, je moest je tegenover de directeur uitgebreid gaan verantwoorden waarom jij zo in je didactische en pedagogische vaardigheden gefaald had, dat je zelfs een leerling de klas had uitgezet. En ook mijn collega’s keken me soms met scheve ogen aan, want de meeste waren adepten van de in zwang zijnde leer der groepsdynamica. In de loop der tijd zag ik hun aanpak het schoolklimaat ook op de andere fusiescholen steeds meer bepalen. Maar de laatste tijd gaan er weer stemmen op…