Respect komt van het Latijnse ‘respicere’, dat om je heen kijken betekent. En
waar keken die Romeinen vroeger naar om? Precies naar hetzelfde gespuis als waar de
angstige kleinburger nu naar omkijkt, alleen was de dreiging toen reëler. Als
een nette Romeinse burger door Athene liep, een bezette stad, dan keek hij goed
om zich heen om te voorkomen dat hij belaagd werd. Als je in die tijd van A
naar B reisde kon je er maar beter ervoor zorgen dat je een knuppel of zo bij
je had, want de overvallen en de struikroverij waren niet van de lucht. Dat
bleef tot in de 19e eeuw zo. Of je had de knuppel nodig om de wilde
honden van je af te slaan die je onderweg tegenkwam. Voor de huidige
recreatieloper een herkenbaar beeld?
Een variant op deze over-assertieve benadering van respect is de vertaling die deze tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw kreeg. Notabelen, hoogopgeleiden, vermogenden, kortom alle hoger geplaatsten, dokters, notarissen, burgemeesters, profesoren, dwongen louter vanwege hun verworven positie in het maatschappelijke veld ontzag af. De patiënt, cliënt of student zou het niet wagen om hen tegen te spreken.
Er is ook nog een andere, meer menslievende, die sinds de jaren zestig van de vorige eeuw opkwam en in onze dagen uiteindelijk gemeengoed werd. Ieder mens wordt gezien als iemand voor wie we respect hebben, omdat hij of zij een onvervreemdbare waardigheid bezit. Die waardigheid bepaalt zijn autonomie en daarom is de privésfeer tegenwoordig heilig hoewel daar met de komst van de moderne social-media flinke gaten in geschoten worden.
We hunkeren naar respect voor onze hoogstpersoonlijke invulling van ons bestaan. Van onze baan, ons werk. Daarom zegt de vertrekkend chef van het Centraal Planbureau, Coen Teulings: respect op de werkvloer wordt hoger gewaardeerd dan het salaris. Blijkt uit onderzoek. Toch zeggen onderzoekers van de universiteit van Harvard dat leidinggevenden niet teveel complimenten moeten geven aan hun ondergeschikten. Die hebben maar een beperkte houdbaarheid. Dat is bij kinderen net zo. Beter is het volgens de Amerikanen om als baas een degelijke analyse te maken van het werk dat iemand verzet heeft, en hoe deze inspanningen hebben uitgepakt. Respect komt te voet, en vertrekt te paard.
Een variant op deze over-assertieve benadering van respect is de vertaling die deze tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw kreeg. Notabelen, hoogopgeleiden, vermogenden, kortom alle hoger geplaatsten, dokters, notarissen, burgemeesters, profesoren, dwongen louter vanwege hun verworven positie in het maatschappelijke veld ontzag af. De patiënt, cliënt of student zou het niet wagen om hen tegen te spreken.
Er is ook nog een andere, meer menslievende, die sinds de jaren zestig van de vorige eeuw opkwam en in onze dagen uiteindelijk gemeengoed werd. Ieder mens wordt gezien als iemand voor wie we respect hebben, omdat hij of zij een onvervreemdbare waardigheid bezit. Die waardigheid bepaalt zijn autonomie en daarom is de privésfeer tegenwoordig heilig hoewel daar met de komst van de moderne social-media flinke gaten in geschoten worden.
We hunkeren naar respect voor onze hoogstpersoonlijke invulling van ons bestaan. Van onze baan, ons werk. Daarom zegt de vertrekkend chef van het Centraal Planbureau, Coen Teulings: respect op de werkvloer wordt hoger gewaardeerd dan het salaris. Blijkt uit onderzoek. Toch zeggen onderzoekers van de universiteit van Harvard dat leidinggevenden niet teveel complimenten moeten geven aan hun ondergeschikten. Die hebben maar een beperkte houdbaarheid. Dat is bij kinderen net zo. Beter is het volgens de Amerikanen om als baas een degelijke analyse te maken van het werk dat iemand verzet heeft, en hoe deze inspanningen hebben uitgepakt. Respect komt te voet, en vertrekt te paard.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten