Onderwijsvernieuwers maken steeds weer dezelfde fout dat leerlingen en
studenten meester kunnen worden van hun eigen leerproces. Dat is niet zo, hun
meester (m/v) staat voor de klas. De etymologie van het woord meester is in dit
opzicht veelzeggend: het is afgeleid van het Latijnse 'magister', dat als wortel
heeft ‘magis’ dat ‘meer’ betekent. Een meester is een leidsman of leidsvrouw,
iemand dus die op een hoger niveau staat. Dat is nog eens andere koek dan de
coaches of procesbegeleiders, die de onderwijskunde heeft bedacht en die verondersteld worden de leerstof in jip-en-janneketaal aan hun leerlingen of studenten over te
brengen.
Leren leren, heette het tien jaar geleden, toen ook het OGT en vooral het ROC-smaldeel met volle overtuiging dit onderwijsconcept omhelsde. Maar tegelijkertijd waren er ook veel docenten die er niets in zagen. De directeur van het Euro-college in Rotterdam noemt deze onderwijsaanpak darwinistisch, alleen de overlevers ('survival of the fittest') redden het en worden goede vaklui. Zijn onderwijsinstituut had eerst ook computerlokalen, waar studenten zich zelf moesten zien te redden, maar in hun moderne leeromgeving de voortdurende verleidingen van internet niet konden weerstaan. Eerst was het Hyves wat de klok sloeg en later Facebook. Met daarnaast natuurlijk allerlei andere leuke sites en niet te vergeten de muziek via de oordopjes in het jonge brein gebracht. Intussen is er via de media in brede lagen bekend geworden dat het puber- en adolescentenbrein anders werkt en nog niet aan deze zelfstandigheid toe is. Het aplomb waarmee de onderwijsvernieuwers hun competentie-onderwijs propageerden is dientengevolge verdwenen. Het zijn echte volgers: was lange tijd het constructivisme (afkomstig uit de filosofie)’leading’, nu is het de neuro-programmering. En daar komt kort door de bocht weer die promoting van de computer in de les weer vandaan.
De studenten van het Rotterdamse Euro-college vinden het fijn dat ze op school niet de hele dag achter de computer hoeven te zitten en ook ouders waarderen het dat hun kroost niet aan zijn lot wordt overgelaten. De onderwijsinspectie begint langzaam van haar geloof te vallen, van meer computers in de klas, want die pleegt meestal de‘wetenschappelijke’ output van de onderwijskunde te volgen en niet de signalen uit de klas zelf. Maar daar lijkt nu dus verandering in te komen, mede op instigatie van onze nieuwe onderwijsminister Jet Bussemaker.
Het wil overigens niet zeggen dat bij het Euro-college de computer uit de school is verbannen; die wordt nog steeds gebruikt als 'tool' bij de uitvoering van lesopdrachten en als informatiebron. Maar buiten het klaslokaal en beperkt. De aanpak van het Euro-college blijkt succesvol: de uitval in het eerste leerjaar op deze school is lager dan gemiddeld in het beroepsonderwijs. Moeten we daar niet eens een keer gaan kijken?
Leren leren, heette het tien jaar geleden, toen ook het OGT en vooral het ROC-smaldeel met volle overtuiging dit onderwijsconcept omhelsde. Maar tegelijkertijd waren er ook veel docenten die er niets in zagen. De directeur van het Euro-college in Rotterdam noemt deze onderwijsaanpak darwinistisch, alleen de overlevers ('survival of the fittest') redden het en worden goede vaklui. Zijn onderwijsinstituut had eerst ook computerlokalen, waar studenten zich zelf moesten zien te redden, maar in hun moderne leeromgeving de voortdurende verleidingen van internet niet konden weerstaan. Eerst was het Hyves wat de klok sloeg en later Facebook. Met daarnaast natuurlijk allerlei andere leuke sites en niet te vergeten de muziek via de oordopjes in het jonge brein gebracht. Intussen is er via de media in brede lagen bekend geworden dat het puber- en adolescentenbrein anders werkt en nog niet aan deze zelfstandigheid toe is. Het aplomb waarmee de onderwijsvernieuwers hun competentie-onderwijs propageerden is dientengevolge verdwenen. Het zijn echte volgers: was lange tijd het constructivisme (afkomstig uit de filosofie)’leading’, nu is het de neuro-programmering. En daar komt kort door de bocht weer die promoting van de computer in de les weer vandaan.
De studenten van het Rotterdamse Euro-college vinden het fijn dat ze op school niet de hele dag achter de computer hoeven te zitten en ook ouders waarderen het dat hun kroost niet aan zijn lot wordt overgelaten. De onderwijsinspectie begint langzaam van haar geloof te vallen, van meer computers in de klas, want die pleegt meestal de‘wetenschappelijke’ output van de onderwijskunde te volgen en niet de signalen uit de klas zelf. Maar daar lijkt nu dus verandering in te komen, mede op instigatie van onze nieuwe onderwijsminister Jet Bussemaker.
Het wil overigens niet zeggen dat bij het Euro-college de computer uit de school is verbannen; die wordt nog steeds gebruikt als 'tool' bij de uitvoering van lesopdrachten en als informatiebron. Maar buiten het klaslokaal en beperkt. De aanpak van het Euro-college blijkt succesvol: de uitval in het eerste leerjaar op deze school is lager dan gemiddeld in het beroepsonderwijs. Moeten we daar niet eens een keer gaan kijken?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten