zondag 9 juni 2013

IMC Weekendschool, vijftien jaar motivatiegericht onderwijs

Mijn kinderen hebben iets met de IMC Weekendschool. Nou ja, iets. Mijn oudste zoon heeft er een zestal jaar gewerkt als docent en jaarcoördinator in de schoolvestiging in Amsterdam-Zuidoost (Bijlmer); dat was nog in de pioniersjaren  van de jaren ‘nul’. Mijn dochter werkt sinds een jaar in de vestiging in Tilburg-Noord (Stokhasselt). Ook als docent en jaarcoördinator (‘jaarco’). Wie in een achterstandswijk woont en van allochtone origine (is echter geen strikte voorwaarde), gemotiveerd is en leergierig maakt kans om naar de IMC Weekendschool te gaan.
De Weekendschool opent haar deuren als die van de reguliere (en particuliere) scholen gesloten zijn: op zondag. IMC Weekendschool biedt aanvullend onderwijs aan jongeren tussen de tien en de veertien jaar, schrijft het jubileumboekje ‘Ik en jij’. Gedurende tweeënhalf jaar krijgen leerlingen elke zondag les van inspirerende vakexperts, die hen kennis laten maken met hun vakgebied. Je moet dan denken aan rechters, advocaten, astronomen, acteurs, maar ook laboranten, loodgieters, bankiers en alle beroepen die maar denkbaar zijn. Hierbij worden bekende figuren niet gemeden; mijn zoon heeft eens ooit Vincent Icke voor zijn klas gehad, een beroemd astronoom, en ook de bekende advocaat en strafpleiter, Piet Doedens. De Weekendschool zet hoog in en kiest bewust voor aansprekende ‘role-models’ en leeromgevingen: een expositie van kunstobjecten door de leerlingen gemaakt onder begeleiding van een bekende kunstenaar in het Van Gogh Museum is niet ongewoon. De Weekendschool brengt leerlingen uit de maatschappelijke onderklassen in aanraking met mensen uit maatschappelijke kringen met wie ze normaal gesproken niet gauw in aanraking komen. Of ze komen op plaatsen waarvan ze alleen maar kunnen dromen: de kinderen uit Tilly-Noord krijgen op zondag les op de Universiteit van Tilburg.
Tijdens de lessen kruipen de leerlingen als het ware in de huid van de gastdocenten: rechters verschijnen in toga, chirurgen dragen operatiekleding, astronomen brengen echte sterrenkijkers mee, loodgieters hun bekende loodgieterstassen met inhoud, en bankiers en ondernemers komen in chique pak. En wat denk je hoe een mannequin voor de klas staat?
Vandaag, het is zondag als ik dit stukje schrijft, bezoekt 'ons Maaike' (22) met haar klas het Elisabeth-ziekenhuis in Tilburg (Les 3 uit de lessenreeks ‘Geneeskunde’); moeder gaat mee als een van de begeleiders. All in the family! Op het programma staat een bezoek aan het Skillslab (Bloedprikken), de afdeling Gynaecologie (Echografie maken), Oogheelkunde (Oogtestjes) en het Pathologisch laboratorium (Wangslijmvlies afnemen). Het doel is om de kinderen kennis te laten maken met de praktische aspecten van het ziekenhuisbedrijf. Het draaiboek (elke les wordt van A tot Z uitgeschreven) schrijft: “Wat kan een arts allemaal doen om een bepaald deel van het lichaam beter te maken? Juist voor de kinderen iets minder bekende onderdelen komen ook aan bod. Spannend en uitdagend voor hen!”
De artsen van dienst, een gynaecoloog, een radioloog, een oogarts, klinisch patholoog en een laborant offeren hiervoor met liefde een deel van hun vrije zondag op. Ze doen het graag want alle gastdocenten zeggen steeds opnieuw dat ze er zo veel voor terugkrijgen: de blikken van de kinderen alleen al, als ze vol verwondering en bewondering toekijken naar wat zich voor hun ogen ontvouwt. Hier wordt Nederland opnieuw uitgevonden.
Het NRC schreef een paar weken geleden dat onderzoek uitwijst dat deze vorm van motivatiegericht onderwijs het zelfvertrouwen van deze kansarme kinderen enorm opkrikt. Een volgende keer over onze eigen School voor AKA, dat ook een laboratorium is voor het Nederland van de toekomst. Mijn buurvrouw heeft er iets mee. Nou ja, iets. Ze is er directeur.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten