zondag 2 juni 2013

Moreel kompas geen afvinklijstje

Met de kredietcrisis is persoonlijk gedrag belangrijk geworden als risicofactor van goed bestuur. Volstonden voor 2008 gedetailleerde procedures, - met veel ‘bullits’ -, om het goed handelen van bestuurders te waarborgen en in goede banen te leiden, nu wekken deze ellenlange boodschappenlijsten argwaan. Ze leiden volgens het Financieel Dagblad tot afvinkgedrag en dat verhindert sommige bestuurders, maar ook wel management-echelons daaronder, zelf nog na te denken over wat wel of niet kan, zeker wat hun eigen ethisch handelen betreft. En de raden van toezicht volgen hen daarin. Die weten ook vaak niet beter, want praktisch het enige selectie-instrument was en is nog steeds de aloude coaptatie, ‘old boys’-netwerkballotage, om in een raad van toezicht te komen. In navolging van de Commissie Tabaksblad (2003) die een ethische gedragscode opstelde voor bestuurders van ondernemingen met aandeelhouders, is er onlangs een Commissie Halsema (Femke) ingesteld, die het morele handelen van bestuurders van semi-overheidsorganisaties, onderwijsinstellingen, woningbouwcoöperaties, etc.  tegen het licht gaat houden. Denk aan woningbouwcoöperatie Vestia! Maar de commissie wordt alvast gewaarschuwd niet louter met afvinklijstjes te komen. Het moet deze keer echt om de inhoud gaan, een opzet waarmee er bij bestuurders een bewustwording gaat groeien, waardoor ze  weer vervelende inhoudelijke vragen gaan stellen aan elkaar en aan de stakeholders van hun instellingen, onder wie op de eerste plaats de klant en de werknemer. Wat vind je eigenlijk van ons en wat denk jij wat wij van jou vinden. Patiënten, huurders, scholieren/studenten, maar ook steeds vaker de werknemers,  vormen de zwakke schakel in de controle van een semipublieke instellingen, schrijft het FD afgelopen zaterdag.
De laatste vijftien jaar, schrijft het Brabant Dagblad vorige week vrijdag,  is het accent vooral gelegd op de zogenaamde ‘harde’ kant van goed bestuur, zoals besturingsmodellen, organogrammen, reglementen, allerlei protocollen, etc. Het roer moet echter om; er moet meer aandacht komen voor de ‘zachte’ kant van management en bestuur. Mensen face-to-face aanspreken op fatsoenlijk gedrag, en niet alleen op resultaten, want die zeggen vaak minder dan gedacht. Gedragsmoeilijke leerlingen, met een ontwikkelingsachterstand of met een gering sociaal-cultureel kapitaal aan een diploma helpen, vergt meer en is een grotere prestatie dan het doen slagen van een ‘normale’ leerling. Ook al wijken de slagingspercentages van de eersten naar beneden af.
Bestuur en management  moeten op alle niveaus in hun instelling tegenspraak organiseren; bestuurders en managers hebben nu eenmaal een hekel hieraan, want niets menselijk is hun vreemd. Ik heb als docent ook liever dat alles op rolletjes loopt en mijd als ik kan gedoe. Ik ontkom daar echter in een klas vol jonge energieke en kritische mensen niet aan. Het is 'part of the job'. Systematische tegenspraak is beter voor het algemeen belang, ‘the common good’, van een organisatie. Toen ik een jaar of wat geleden, - het was nog voor de kredietcrisis van 2008 -,  voorstelde om een vertegenwoordiger van de toenmalige MR's in de raad van toezicht van het toenmalige SEB op te nemen, werd ik wat meewarig aangekeken door de leden ervan: waar haalde die docent het vandaan? Het stond gewoon in de CAO/BVE als suggestie en advies.Trouw schreef afgelopen zaterdag dat de minister van onderwijs, Jet Bussemaker, onlangs pleitte voor een eed voor schoolbestuurders in reactie op een rapport over misstanden bij de onderwijsgroep Amarantis. Dit morele kompas zullen ze dan, als die eed er komt, delen met mensen uit talloze beroepsgroepen; politici, medici, juristen, militairen, notarissen, etc.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten