“Met Stabel, ik bel voor mijn ziekmelding.”
“Wat zijn de klachten?”
“Ik heb griep, denk ik.”
“Waaruit denkt u dat te kunnen afleiden?”
“Nou, ik hoest de hele tijd, zweet voortdurend en heb het erg warm. Ik geloof dat ik koorts heb. En ik moet voortdurend naar het toilet.”
“Dat is vervelend, meneer Stabel. Hoe ziet uw ontlasting eruit?”
“…”
“Bedankt voor de informatie, meneer Stabel. Wilt u mij vanmiddag om twaalf uur terugbellen om door te geven hoe het dan met u gaat. Wellicht gaat het dan weer een stuk beter met u en kunt u vanmiddag alsnog naar uw werk gaan, want daar zult u vast gemist worden.”
Bovenstaand telefoongesprekje is verzonnen maar het geeft wel een stuk realiteit van vandaag de dag weer. (Dichters liegen de waarheid, zei Martinus Nijhoff al.) Onbekommerd en niet gehinderd door enig privacy-voorbehoud onderwerpt de telefoniste de arme zieke aan een spervuur van impertinente en door de wet verboden vragen. Ziek zijn is namelijk een privézaak en die gaat niemand iets aan, behalve de mensen die de zieke zelf op de hoogte ervan wenst te stellen: naaste familieleden, huisartsen.
Zeer onlangs is een boek verschenen van de hand van twee onderzoeksjournalisten van het tv-programma Zembla met als titel De verzuimpolitie. Zij verhalen daarin over callcenters van verzuimbedrijfjes, die de laatste tijd steeds vaker door bedrijven en instellingen én ARBO-organisaties ingeschakeld worden, en die de zieke werknemer opjagen om toch maar zo snel mogelijk de draad van het werk weer op te pakken. Ze lopen te koop met verzuimreductie-percentages waar de potentiële klant blij van moet worden. In de praktijk blijken die percentages tegen te vallen, want een bedrijf dat in jaar 1 zijn ziekteverzuim met twee percent zag dalen, ziet in jaar 2 deze plotseling weer stijgen met 3 procent. Het is net als met roken: je kunt er niet mee stoppen door te minderen; uiteindelijk ga je juist meer roken. Zieken moeten dus goed uitzieken, om erger te voorkomen.
Het callcenter kan overigens best in Bombay gehuisvest zijn, want ook dat is lekker goedkoop, schreef Thomas L. Friedman al in zijn inmiddels klassieker, The world is flat.
“Wat zijn de klachten?”
“Ik heb griep, denk ik.”
“Waaruit denkt u dat te kunnen afleiden?”
“Nou, ik hoest de hele tijd, zweet voortdurend en heb het erg warm. Ik geloof dat ik koorts heb. En ik moet voortdurend naar het toilet.”
“Dat is vervelend, meneer Stabel. Hoe ziet uw ontlasting eruit?”
“…”
“Bedankt voor de informatie, meneer Stabel. Wilt u mij vanmiddag om twaalf uur terugbellen om door te geven hoe het dan met u gaat. Wellicht gaat het dan weer een stuk beter met u en kunt u vanmiddag alsnog naar uw werk gaan, want daar zult u vast gemist worden.”
Bovenstaand telefoongesprekje is verzonnen maar het geeft wel een stuk realiteit van vandaag de dag weer. (Dichters liegen de waarheid, zei Martinus Nijhoff al.) Onbekommerd en niet gehinderd door enig privacy-voorbehoud onderwerpt de telefoniste de arme zieke aan een spervuur van impertinente en door de wet verboden vragen. Ziek zijn is namelijk een privézaak en die gaat niemand iets aan, behalve de mensen die de zieke zelf op de hoogte ervan wenst te stellen: naaste familieleden, huisartsen.
Zeer onlangs is een boek verschenen van de hand van twee onderzoeksjournalisten van het tv-programma Zembla met als titel De verzuimpolitie. Zij verhalen daarin over callcenters van verzuimbedrijfjes, die de laatste tijd steeds vaker door bedrijven en instellingen én ARBO-organisaties ingeschakeld worden, en die de zieke werknemer opjagen om toch maar zo snel mogelijk de draad van het werk weer op te pakken. Ze lopen te koop met verzuimreductie-percentages waar de potentiële klant blij van moet worden. In de praktijk blijken die percentages tegen te vallen, want een bedrijf dat in jaar 1 zijn ziekteverzuim met twee percent zag dalen, ziet in jaar 2 deze plotseling weer stijgen met 3 procent. Het is net als met roken: je kunt er niet mee stoppen door te minderen; uiteindelijk ga je juist meer roken. Zieken moeten dus goed uitzieken, om erger te voorkomen.
Het callcenter kan overigens best in Bombay gehuisvest zijn, want ook dat is lekker goedkoop, schreef Thomas L. Friedman al in zijn inmiddels klassieker, The world is flat.
Kijk donderdagavond naar Zembla, Nederland 2, 21.10u.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten