In zijn jaaropeningsspeech hield poolreiziger Marc Cornelissen (chapeau CVB / Marcom!) ons voor dat een conceptuele tweedeling in een team van bijvoorbeeld
zogenaamde sterken en zwakken, kernteam en de rest, letterlijk dodelijk kan
zijn voor de effectiviteit, efficiëntie, ja zelfs het voortbestaan ervan. Het
kwalitatief onderscheid in een organisatie tussen denkers en doeners berust op
een idee fixe, een chimère, een drogredenering, een waandenkbeeld.
De grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant leerde ons al dat er naast het menselijk vernuft van het denken, ook dat van het doen bestaat, en daarnaast nog het vernuft om een goed mens te zijn. De triade van voormalig CVB-voorzitter Jan Nooijen van ‘een goed mens, een goed burger en een goed vakman’ dringt zich hier spontaan bij me op, al hoewel dit niet helemaal hetzelfde is.
In een recent verleden werd in een onderwijsjargon dat nu gelukkig weer sleets begint te raken, omdat het voornamelijk holle begrippen bleek te bevatten met een hoog bureaucratisch gehalte, voor de term docent het nieuwspraakwoord (lees Aldous Huxley's Brave new world) ‘onderwijsuitvoerende’ bedacht. Met de nadruk op het tweede deel van de samenstelling. Dezen voerden dan uit wat anderen (backoffice!) achter het bureau bedacht hadden; voornamelijk schema's en opsommingen met veel bullits.
Denken en doen zijn menselijke faculteiten die een evenwaardig beroep doen op het menselijk vernuft en meestal is het niet mogelijk een duidelijk onderscheid tussen beide te maken. Zo wordt denken een vorm van doen en doen een vorm van denken. Vraag het maar eens aan een installateur, een elektricien of een MIG/MAG-lasser.
De grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant leerde ons al dat er naast het menselijk vernuft van het denken, ook dat van het doen bestaat, en daarnaast nog het vernuft om een goed mens te zijn. De triade van voormalig CVB-voorzitter Jan Nooijen van ‘een goed mens, een goed burger en een goed vakman’ dringt zich hier spontaan bij me op, al hoewel dit niet helemaal hetzelfde is.
In een recent verleden werd in een onderwijsjargon dat nu gelukkig weer sleets begint te raken, omdat het voornamelijk holle begrippen bleek te bevatten met een hoog bureaucratisch gehalte, voor de term docent het nieuwspraakwoord (lees Aldous Huxley's Brave new world) ‘onderwijsuitvoerende’ bedacht. Met de nadruk op het tweede deel van de samenstelling. Dezen voerden dan uit wat anderen (backoffice!) achter het bureau bedacht hadden; voornamelijk schema's en opsommingen met veel bullits.
Denken en doen zijn menselijke faculteiten die een evenwaardig beroep doen op het menselijk vernuft en meestal is het niet mogelijk een duidelijk onderscheid tussen beide te maken. Zo wordt denken een vorm van doen en doen een vorm van denken. Vraag het maar eens aan een installateur, een elektricien of een MIG/MAG-lasser.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten