In de schoolnamen klinkt ook hét opvoedingsadagium van onze tijd door: laat het
kind vooral kind zijn. Maar dit in de
Verlichting zijn oorsprong vindende opvoedingsstreven, - nadat tot dan toe
kinderen eerder als volwassenen in zakformaat werden gezien -, lijkt in onze tijd in zijn tegendeel gekeerd:
laat het kind vooral kind blijven. Ook
dat klinkt in de schoolnamen door. Zou dit te maken kunnen hebben met de
zogenoemde feminisering van het onderwijspersoneel? Je ziet op de basisscholen nog maar weinig mannelijke docenten meer. Met het al jaren dalende aantal bètastudenten (techniek!)
in mbo, hbo en w.o. tot gevolg.
Onder studenten in hbo en w.o. is het normaal geworden in plaats van colleges te spreken van lessen, en studiejaren blijven de huidige studenten klassen noemen. Het geeft de jongeren wat ouwelijks, dat klein willen blijven. Tot voor kort was elke overgang naar een hogere vorm van onderwijs een rite de passage, een nieuwe trede richting volwassenheid. Daar hoorden ook nieuwe namen bij. Een grafoloog meldde afgelopen weekend op de radio dat het handschrift van veel jongeren en jongvolwassenen nogal kinderlijk blijkt te zijn; het vertoont geen verdere ontwikkeling.
Nee, dan vroeger. Schrijver dezes zat op de St. Albertus Magnusschool, genoemd naar een van de grootste middeleeuwse geleerden. Als deze nomenclatuur de lat al niet hoog legde, dan deed het mannelijk docentenkorps (mét fraters) het wel.
Veel scholen waren in mijn jeugd (jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw) naar katholieke heiligen genoemd en daar zat behalve een godsdienstige ook een pedagogische bedoeling achter: de lat moest in het onderwijs zo hoog mogelijk liggen. Behalve het in de ogen van velen vandaag de dag knellende karakter van het katholieke geloof, had dit onderwijs zeker ook een persoonlijk en sociaal emancipatoir oogmerk. De fraters hebben in het Tilburgse bijvoorbeeld het onderwijs opgestart. Er was in de negentiende eeuw nog geen overheid op dat terrein te bekennen. Enkele jaren geleden is daar bij het 100-jarig bestaan van het beroepsonderwijs in het Hart van Brabant nog eens aan gerefereerd.
Voor de komst van de Steve Jobs-school ben ik wat beducht, maar dan om een andere meer onderwijsinhoudelijke reden. De naamgeving is in ieder geval op niveau.
Onder studenten in hbo en w.o. is het normaal geworden in plaats van colleges te spreken van lessen, en studiejaren blijven de huidige studenten klassen noemen. Het geeft de jongeren wat ouwelijks, dat klein willen blijven. Tot voor kort was elke overgang naar een hogere vorm van onderwijs een rite de passage, een nieuwe trede richting volwassenheid. Daar hoorden ook nieuwe namen bij. Een grafoloog meldde afgelopen weekend op de radio dat het handschrift van veel jongeren en jongvolwassenen nogal kinderlijk blijkt te zijn; het vertoont geen verdere ontwikkeling.
Nee, dan vroeger. Schrijver dezes zat op de St. Albertus Magnusschool, genoemd naar een van de grootste middeleeuwse geleerden. Als deze nomenclatuur de lat al niet hoog legde, dan deed het mannelijk docentenkorps (mét fraters) het wel.
Veel scholen waren in mijn jeugd (jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw) naar katholieke heiligen genoemd en daar zat behalve een godsdienstige ook een pedagogische bedoeling achter: de lat moest in het onderwijs zo hoog mogelijk liggen. Behalve het in de ogen van velen vandaag de dag knellende karakter van het katholieke geloof, had dit onderwijs zeker ook een persoonlijk en sociaal emancipatoir oogmerk. De fraters hebben in het Tilburgse bijvoorbeeld het onderwijs opgestart. Er was in de negentiende eeuw nog geen overheid op dat terrein te bekennen. Enkele jaren geleden is daar bij het 100-jarig bestaan van het beroepsonderwijs in het Hart van Brabant nog eens aan gerefereerd.
Voor de komst van de Steve Jobs-school ben ik wat beducht, maar dan om een andere meer onderwijsinhoudelijke reden. De naamgeving is in ieder geval op niveau.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten