zondag 19 januari 2014

Idols

In het schooljaar 1958-1959 was schrijver dezes de beste van een zogenaamde ongemengde lagere-schoolklas, die bestond uit veertig leerlingen; jongens. Hij weet dit nog zo goed, omdat het de eerste en tegelijk ook de laatste keer was dat hij ergens de beste in was. Hierbij moet buiten beschouwing gelaten worden het gegeven dat zijn echtgenote hem eens als de beste uit de toentertijd tweeënhalf miljard mannen in de wereld uitverkoren heeft. Nu is dit laatste een typisch geval van framing, - een gewenste en dus beperkte voorstelling geven van -, want haar keuze was feitelijk gelimiteerd, zoals dat in de partnerkeuze voor bijna ieder van ons geldt.

In de loop van de schoolloopbaan van ondergetekende was er sprake van een gestage daling op de klasse-ranglijsten, totdat het onderwijsveld er uiteindelijk mee ophield en hij tot een ongedefinieerde middenmoot ging horen. Dat deed trouwens iedereen, want uitblinkers mochten in het onderwijs niet meer worden onderscheiden, want pedagogisch en didactisch onverantwoord. En schadelijk voor de kinderziel en onnodig stigmatiserend met betrekking tot afkomst en milieu bovendien, want je zou maar tot de kneuzen behoren die zich in de kelders van de ranglijsten ophielden.

Kortom, sinds de jaren zestig was er op school niemand meer de beste, maar waren we officieel allemaal even goed. Intussen wist iedereen wel beter, maar een leerling als excellent betitelen werd uitermate onkies gevonden. Op de basisschool waar een van mijn kinderen in de jaren tachtig schoolging werden zelfs geen punten meer gegeven. Een voor veel ouders onbevredigende gang van zaken. Zij wonnen echter het pleit niet.

De jeugd van tegenwoordig is weer dol op ranglijsten, net zoals hun voorouders dat ook waren. Maar het onderwijsveld geeft hierin nog niet thuis. Wel zie je dat op universiteiten steeds vaker weer aan de poort geselecteerd wordt en postmasters en university colleges dragen zorg voor een verdere selectie. Maar in het hbo en mbo blijft het muisstil op dit gebied. Daar blijft excelleren en selecteren geframed als iets onkies. En dat is jammer, want behalve schadelijk-zijn voor de kinderziel kan iemands uitzonderlijke prestatievermogen prijzen, hem of haar een enorme stimulans geven. Niet alleen aan de laureaat, maar ook aan de anderen die zich willen onderscheiden en zich willen meten met medestudenten.

Met ondergetekende is het uiteindelijk wel goed gekomen. Die eerste plaats bleek uiteindelijk toch  een richtpunt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten