In de loop van de schoolloopbaan van ondergetekende was er
sprake van een gestage daling op de klasse-ranglijsten, totdat het
onderwijsveld er uiteindelijk mee ophield en hij tot een ongedefinieerde middenmoot
ging horen. Dat deed trouwens iedereen, want uitblinkers mochten in het
onderwijs niet meer worden onderscheiden, want pedagogisch en didactisch
onverantwoord. En schadelijk voor de kinderziel en onnodig stigmatiserend met
betrekking tot afkomst en milieu bovendien, want je zou maar tot de kneuzen
behoren die zich in de kelders van de ranglijsten ophielden.
Kortom, sinds de jaren zestig was er op school niemand meer
de beste, maar waren we officieel allemaal even goed. Intussen wist iedereen
wel beter, maar een leerling als excellent betitelen werd uitermate onkies
gevonden. Op de basisschool waar een van mijn kinderen in de jaren tachtig
schoolging werden zelfs geen punten meer gegeven. Een voor veel ouders
onbevredigende gang van zaken. Zij wonnen echter het pleit niet.
De jeugd van tegenwoordig is weer dol op ranglijsten, net
zoals hun voorouders dat ook waren. Maar het onderwijsveld geeft hierin nog
niet thuis. Wel zie je dat op universiteiten steeds vaker weer aan de poort
geselecteerd wordt en postmasters en university
colleges dragen zorg voor een verdere selectie. Maar in het hbo en mbo
blijft het muisstil op dit gebied. Daar blijft excelleren en selecteren geframed als iets onkies. En dat is jammer,
want behalve schadelijk-zijn voor de kinderziel kan iemands uitzonderlijke prestatievermogen
prijzen, hem of haar een enorme stimulans geven. Niet alleen aan de laureaat,
maar ook aan de anderen die zich willen onderscheiden en zich willen meten met
medestudenten.
Met ondergetekende is het uiteindelijk wel goed gekomen. Die eerste plaats bleek uiteindelijk toch een richtpunt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten