zondag 12 januari 2014

Taalvernevelaars

Onlangs heeft de taalprofessor Jan Renkema afscheid genomen van zijn leerstoel aan de Universiteit van Tilburg. De beminnelijke taalprof is bij een groot publiek bekend als de auteur van de Schrijfwijzer, hét taaladvies boek voor correct Nederlands. Deze taalbijbel is met vaart en zwier geschreven en ook nog eens met de nodige humor. Hij is geen taalvitter, benadrukt Renkema in zijn afscheidsinterview in Onze Taal, het levendige vakblad voor de Nederlandse-taaldocent. Taalregels moeten de communicatiewerkelijkheid volgen, en niet andersom. Maar dat moet ook weer niet als een op de voet volgen gebeuren;  met de nodige afstand dus. Voorlopig blijft ‘hun lopen naar huis’  een stijlfout.


Een overgroot deel van de Schrijfwijzer is ingeruimd voor tekstkwaliteit, waarmee Renkema de stijl bedoelt waarin taal geschreven en gesproken wordt. Hij doelt hiermee op taalidioom, - hoe zeggen we het in correcte zinnen en uitdrukkingen -, op moeilijk taalgebruik, verhullend taalgebruik en modieus taalgebruik. Een voorbeeld van incorrect taalidioom is het verhaspelen van uitdrukkingen en gezegden, zoals ‘dat klopt als een bus’. Wat een contaminatie is van ‘dat klopt als een zwerende vinger’ en ‘dat sluit als een bus’. Of: ‘een blind paard kan de was doen’. (Deze uitdrukking mag u zelf ontwarren.)

Renkema is dertig jaar geleden door wijlen Anne Vondeling, oud-voorzitter van de Tweede Kamer, naar Den Haag gehaald om politici te scholen in het vermijden van moeilijk en verhullend taalgebruik. Hij krijgt sindsdien ook de Troonrede ter correctie voorgelegd, opdat die ook voor de gewone burger duidelijk wordt. Hij ontwierp hiervoor de moeilijke-taaldetectoren de  taalslalom (om omslachtige formuleringen mee aan te wijzen) en de taalmistmachine (om inhoudsloze uitdrukkingen  die deskundigheid pretenderen mee te ontmaskeren). Een variant van beide vinden we terug in de bullshitbingo, die het moderne managementjargon op de korrel neemt.

De Schrijfwijzer ruimt ook een paragraafje in voor eigentijds taalgebruik, waarmee de spreker of schrijver, als bij de tijd zijnde,  in de smaak wil vallen bij zijn publiek. De politieke taal staat er bol van: ‘plaatje, groen licht geven, inkleuren, dat hoort u mij niet zeggen, dat zijn uw woorden, doe ’s normaal man’.  En natuurlijk kent ook het managementjargon hiervan zijn overbekende voorbeelden: ‘handen en voeten geven, implementeren, denkers en doeners’, etc. Het laatste heeft sinds enige tijd ook een vervreemdend soort taalgebruik uit de New Age-scene overgenomen. In een A-4’tje dat onder de deelnemers aan het in december vorig jaar georganiseerde OGT-symposium ‘Vitaal blijven werken’ werd verspreid, wemelt het van de woorden: ‘missie, passie, win-win, inspiratie, in je kracht staan’, etc. 
Deze vormen van taalverneveling, - uitdrukking van Jan Renkema in de Schrijfwijzer  -, bevorderen niet de duidelijkheid en het leesgemak.


 


 


 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten