vrijdag 7 februari 2014

Management onder vuur

 “Er is in de afgelopen decennia in Nederland een communis opinio ontstaan dat managers onze professionele organisaties – in het onderwijs, de zorg, de rechtspraak – hebben ontzield. Met hun simplistische managementjargon hebben ze een klimaat gecreëerd dat verstikkend is voor de echte professional. Het gaat altijd weer over prestatie-indicatoren, business cases, rankings, benchmarks en al die andere doodse managementtaal – en nooit eens over de inhoud van het vak of over de beroepseer van de professioneel.” Dit (lange) citaat komt uit de koker van hoogleraar bestuurskunde (TU Delft) Hans de Bruijn in Trouw, oktober vorig jaar.

Bestuurders en managers zijn de gebeten hond in het onderwijs, maar ook in andere semipublieke sectoren als de zorg en de woningenvoorziening. Denk aan de bestuur-debacles  van de onderwijsmolochs InHolland en Amarantis, maar ook de ROC-vorming in de jaren negentig wordt vaak als voorbeeld gesteld. Er is een beeld ontstaan van de professional als zelfverantwoordelijk en gedisciplineerd beroepsbeoefenaar die zelf best wel weet wat hij te doen en te laten heeft op zijn werk. Managers en bestuurders worden in deze voorstelling opgevoerd als hinderpalen die het productieve en creatieve proces voornamelijk in de weg zitten. De vraag is of die voortdurende kritiek wel altijd terecht is.

Er worden doorgaans twee vormen van hiërarchie onderscheiden: natuurlijk of informeel leiderschap en formeel leiderschap. Het laatste vindt vandaag de dag haar uitdrukkingsvorm in het moderne management. De eerste vorm van leiderschap ontstaat op natuurlijke wijze onder professionals; de een is nu eenmaal beter dan de ander of straalt van natuur meer gezag uit. Dat gebeurt nu eenmaal in groepen. In het bovengeschetste ideaalbeeld van de professional als zelfverantwoordelijk beroepsbeoefenaar past deze vorm van hiërarchie. Deze is echter niet zonder gevaren. Persoonlijke willekeur van de informele leider (ook maar een mens) ligt hier op de loer, omdat het proces van tegenspraak niet afdoende geregeld is. In het artikel in Trouw noemt hoogleraar De Bruijn het voorbeeld van Lance Armstrong.

Maar je kunt er nog voorbeelden van ook formele leiders aan toevoegen voor wie de checks and balances (tegenspraak) onvoldoende geregeld waren: DSB, Vestia, SNS-Reaal, en de bovengenoemde hogescholen. Van de andere kant: mét managers voelen velen zich minder verantwoordelijk en gedragen zich nogal eens of dociel of recalcitrant. Mensen gedragen zich nu eenmaal grotendeels voorwaardelijk reflexief, heeft de psychologie al eens vastgesteld. Het zou een interessant experiment zijn: een school zonder top-down-management en formele hiërarchie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten