woensdag 12 februari 2014

Scheef lesgeven

In de woningsector kennen we het fenomeen van scheef wonen: je woont scheef als je inkomen te hoog is voor de huur of de hypotheek die je voor een woning betaalt. Andersom kan natuurlijk ook, maar daar wordt verdacht weinig over gesproken: je woont scheef als de huur of de hypotheek  te hoog is bij het inkomen dat je verdient. Dit komt nog veel vaker voor, zelfs in een tijd waarin de waarde van de woningen met minstens 20% gedaald zijn. In de jaren van de verzorgingsstaat werd uitgegaan van een woonlastenniveau van een zesde deel van je inkomen; daar hoor je niemand meer over. Nu betaal je als starter op de woningmarkt met gemak een derde tot de helft van je inkomen aan woonlasten. Het is godgeklaagd.

In de onderwijssector is er iets analoog aan bovenstaande aan de hand: er wordt op grote schaal scheef lesgegeven. Het opleidingsniveau van de docent is dan te hoog voor het niveau waarop hij lesgeeft; een eerstegraadsdocent geeft bijvoorbeeld les aan leerlingen van mbo-niveau 2 of 3. Komt nogal eens voor, maar wel steeds minder omdat de babyboomers met pensioen gaan. Maar ook hier komt het omgekeerde voor, en wel steeds vaker nu de babyboomers met pensioen gaan: tweedegraadsdocenten geven ook les in de bovenbouw van havo/vwo en zelfs in het hbo. Of sterker nog: instructeurs en onderwijsassistenten geven les in plaats van docenten.

In de tijd na het HOS-akkoord in de jaren tachtig (google!) deed het opleidingsniveau van de docent er voortaan veel minder toe in het onderwijsveld. Al had je je krom gestudeerd, iedereen was gelijk en begon in dezelfde (verlaagde) beginschaal. Alleen docenten die zich opwerkten tot coƶrdinator, manager of bestuurder bleken uiteindelijk meer gelijk dan de rest en kregen een hogere schaal. Lesgeven dreigde een bezigheid van verdacht allooi te worden, het verhaal is bekend.

Er werd voor deze deplorabele situatie een terminologie geijkt die de ontstane kwaliteitsdaling moest maskeren: een docent kon behalve bevoegd ook bekwaam worden geacht en beide was net zoveel waard. De gevolgen voor het onderwijs zijn bekend. Was bevoegdheid voorheen een standaard waarmee niet gesjoemeld kon worden: een tweedegraadsdocent kon middels zijn diploma aantonen dat hij dat echt was. Bekwaamheid werd een glijdende schaal, waarin subjectieve overwegingen en persoonlijke voorkeuren een rol gingen spelen.

In de CAO-VO staat echter keurig geformuleerd welke bevoegdheden waar onvoorwaardelijk zijn: bekwaamheid vormt niet het primordiale uitgangspunt en de OGT baseert dan ook onverkort hierop zijn plaatsingsbeleid, zoals o.a. blijkt uit een memo van een juridisch medewerker uit 2011 aan de mobiliteitscommissie.
In het Finse onderwijssysteem speelt dit allemaal niet: lean and mean wordt van elke docent van basisschool tot en met universiteit en alles wat ertussen ligt, - ook de beroepsopleidingen -, een academisch diploma geƫist. Nou is dat weer een ander uiterste.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten