Via een landelijke peiling (ingevuld door bijna 800 leraren) en een ‘manifest#leraar2032’ over de rol van de leraar bij curriculumontwikkeling (opgesteld door een groep van 20 leraren po, vo, so en mbo) brengen zij de stem en de mening van leraren in kaart.
De jonge leraren pleiten bij de curriculumcommissie o.l.v. prof. Schnabel voor een nationaal doorgaand kerncurriculum dat zich dynamisch aanpast aan nieuwe ontwikkelingen in wetenschap, economie en samenleving. Ook moet er een landelijke Lerarenraad komen, bestaande uit enkel leraren dus, die beslissen over de inhoud daarvan.
De groep van jonge leraren is luidruchtig (maar misschien heb je ze nog niet gehoord of naar hen willen luisteren) in verzet gekomen en doet pijnlijke uitspraken over hun (meestal oudere) collega’s. Ze zeggen dat het leraren ontbreekt aan eergevoel. Dat is er door de achtereenvolgende onderwijsministers, te beginnen bij Jo Ritzen, uitgeramd. Onder het motto dat het onderwijs vooral maakbaar moest zijn, goten deze een stortvloed van onderwijsvernieuwingen over de arme hoofden van de leraren uit, en maakten daarmee vooral de leraar kapot. De jonge leraren verwijten de Nederlandse leraren dat zij lamlendig zijn. De cultuur in het onderwijs is klagen en vervolgens nietsdoen. Alleen voor hogere salarissen en passend onderwijs gaan ze naar het Malieveld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten