zaterdag 12 september 2015

Back to the future, part 1

De leraar van 2032 heeft het stoffige imago van zijn voorganger van zich afgeschud en is weer de baas op school. In het curriculum toont hij zich de meester. Hij heeft afgerekend met de afrekencultuur, waarbij de onderwijsinspectie steeds meer naar resultaten keek en scholen zich daarnaar gedroegen. Een berucht voorbeeld was de oekaze van de overheid dat de schoolexamens en de centrale examens niet teveel mochten verschillen. Schoolleiders gaven als gevolg daarvan aan hun leraren de opdracht om de normering van hun toetsen aan te passen. Het was een puur administratieve maatregel, waarbij de inhoud niet ter sprake kwam.

De afgelopen maanden is er veel te doen geweest over curricula in het funderend onderwijs. De staatssecretaris heeft opgeroepen tot een brede maatschappelijke dialoog over wat leerlingen in 2032 moeten kennen en kunnen om goed in de samenleving mee te kunnen draaien. Een groep leraren heeft de handschoen opgepakt.

Via een landelijke peiling (ingevuld door bijna 800 leraren) en een ‘manifest#leraar2032’ over de rol van de leraar bij curriculumontwikkeling (opgesteld door een groep van 20 leraren po, vo, so en mbo) brengen zij de stem en de mening van leraren in kaart.

De jonge leraren pleiten bij de curriculumcommissie o.l.v. prof. Schnabel voor een nationaal doorgaand kerncurriculum dat zich dynamisch aanpast aan nieuwe ontwikkelingen in wetenschap, economie en samenleving. Ook moet er een landelijke Lerarenraad komen, bestaande uit enkel leraren dus, die beslissen over de inhoud daarvan.

De groep van jonge leraren is luidruchtig (maar misschien heb je ze nog niet gehoord of naar hen willen luisteren) in verzet gekomen en doet pijnlijke uitspraken over hun (meestal oudere) collega’s. Ze zeggen dat het leraren ontbreekt aan eergevoel. Dat is er door de achtereenvolgende onderwijsministers, te beginnen bij Jo Ritzen, uitgeramd. Onder het motto dat het onderwijs vooral maakbaar moest zijn, goten deze een stortvloed van onderwijsvernieuwingen over de arme hoofden van de leraren uit, en maakten daarmee vooral de leraar kapot. De jonge leraren verwijten de Nederlandse leraren dat zij lamlendig zijn. De cultuur in het onderwijs is klagen en vervolgens nietsdoen. Alleen voor hogere salarissen en passend onderwijs gaan ze naar het Malieveld.

De vraag is in hoeverre ik mij in dit sombere beeld wil herkennen, in hoeverre docenten van OGT zich hierin willen herkennen. Immers 'negatieve-aandacht' trekken moet je niet belonen heb ik als didacticus en pedagoog geleerd. Wat het eigenaarschap van de onderwijs-curricula betreft scoren de jonge leraren wel 'a hole in one'. Het is tijd voor een onderwijsdebat op onze school.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten