zondag 17 januari 2016

Morning-after

De ochtend na een theaterbezoek sta ik zeer verkwikt en met goede moed op. Dat ervaringsgegeven is me plotseling opgevallen, op deze zondagmorgen. Niet dat ik doorgaans met een ochtendhumeur opsta, in tegendeel. Maar na het theater van de avond ervoor, sta ik zelfs fluitend op en bezie mijn leven en daden met welgevallen. De fouten en blunders die ik ontelbare gemaakt heb, blijven als de spreekwoordelijke lijken in de kast liggen. De spiegel met mijn ochtendfacie net uit bed  kan mij niet ontmoedigen, terwijl het me op een ochtend dat het minder gaat de vraag stelt of ik het wel ga redden die dag. Menselijk al te menselijk, zei Nietzsche al. 
 
Afgelopen weekend zag ik de uitvoering van Tsjechov’s Kersentuin van het Belgische toneelgezelschap NTGent, met in een glansrol de Nederlandse acteur Pierre Bokma. Het was voor een derde of vierde keer dat ik een uitvoering van het meesterwerk van Anton Tsjechov zag. Het decor waarvoor de handeling plaatsvindt, is in de pers bekritiseerd vanwege het platte vlak: het is tweedimensionaal. Daar komt nog eens bij dat het decor praktisch tot de voorste rand van het toneel is doorgedrongen, waardoor voor de acteurs  nauwelijks plek is om te bewegen. Het platte decor sluit de rest van het toneelpodium volledig af en bestaat uit stukken triplex, karton, plastic en meer van dat restafval. Het verbeeldt het thema van De kersentuin: het einde van de negentiende eeuw is een wereld in transitie; de oude wereld loopt ten einde, de nieuwe wereld kondigt zich aan.

Genoeg redenen dus om alleen al van het decor knap depressief te worden. En in het begin van het drama zat ik ook wat verbouwereerd ernaar te kijken, ofschoon ik onlangs ervoor al gewaarschuwd was in een tv-documentaire over de acteur Pierre Bokma. In het verleden had ik meer traditionele decors van De kersentuin gezien, die beter bij het toneelstuk pasten. Vond ik. De uitvoering van het stuk leerde me echter dat het decor, met die letterlijk beperkte levensruimte voor de oude adel, verbeeld door de beperkte ‘beenruimte’ voor de acteurs, uitstekend gekozen was, en zeer passend bleek. Het meesterwerk van Tsjechov De kersentuin was een feest om mee te maken.

Het programmaboekje opende met een aforisme van de Deense filosoof Kierkegaard: The most painful state of being is remembering the future, particularly the one you’ll never have. Een motto, dat bedoeld was als icon voor de ondergang van de oude Russische landadel van vóór de Russische Revolutie. Een zin  om over na te denken, omdat die ook voor ons, levend in een tijd van transitie, opgaat. 

Kortom, mocht je een keer wat minder lekker in je vel zitten, bezoek eens een concertzaal of schouwburg, je knapt er erg van op. Vooral toneel- en balletvoorstellingen vormen een effectief antidotum.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten