A.F.Th. van der Heijden
kreeg naar aanleiding van een passage uit De
Helleveeg (draait nu als film in de stad) een proces aan zijn broek. Wat was
het geval? In zijn novelle beschrijft hij de ligging van een pand in Eindhoven
waar eertijds een engeltjesmaakster zou hebben gewoond. Laat deze beschrijving
nu aan duidelijkheid niets te wensen overlaten en bij een lezer van De Helleveeg een woedende reactie teweeg
brengen! De popmuzikant Peter Koelewijn herkende er zijn geboortehuis en
ouderlijk huis van zijn kindertijd in en eiste via de rechter dat de schrijver
de betreffende passage zou schrappen. (De oude rocker kwam in mijn kindertijd –
jaren vijftig - door onze straat scheuren met zijn motor. Hij had daar kennis
aan een zeker persoon van verdacht allooi, maar dat laatste was je in mijn
geboortedorp al gauw.)
Hoe de zaak afgelopen is,
weet ik niet meer, maar ik meen dat Koelewijn zijn zaak verloren heeft. De literaire
auteur is immers ongrijpbaar, wat wijlen volksschrijver Gerard Reve al bewees
in de prille jaren zestig toen hij vanwege een passage in zijn prachtboek Nader tot U van blasfemie
(godslastering) werd beschuldigd. Hij had daarin de metafoor van een ezel
gebruikt voor een nadere aanduiding van God. Ik vond deze niet echt
steekhoudend, overigens. (Grapje)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten