Als ik in mijn vorige
blog de indruk hebt gewekt dat ik mordicus tegen digitaal onderwijs zou zijn,
dan is de teneur niet goed begrepen. Of wellicht is de column te vluchtig
gelezen, wat dan weer te wijten kan zijn aan de mentale kortademigheid die het
digitale lezen per definitie in de hand werkt. Lezen is netsurfen geworden, 'Henk'. Mijn studenten vragen mij niet voor niets om papieren examens tekstverklaring, 'Guus', zodat ze de tekst beter in
zich kunnen opnemen. Ik sluit echter niet uit dat er binnen afzienbare tijd een
quasi papieren digitale versie komt, waarin ze kunnen terugbladeren in plaats
van scrollen, zonder dat ze het overzicht (helikopterview!)
op de tekst verliezen en waarop ze naar hartenlust kunnen markeren. Ik heb mijn blog overigens keurig ingetypt op mijn Chromebook, 'Aldo', een
device beschikbaar gesteld voor al mijn collega’s op initiatief van de schooldirecteur.
In de taalwetenschap
wordt de term taalregister gehanteerd,
die aangeeft welk medium het meest geschikt is voor welke communicatievorm. Zo
wordt tegenwoordig het dialect weer gewaardeerd naast de standaardtaal (het vroegere ABN, het Algemeen Beschaafd
Nederlands), omdat zich dat uitstekend leent om gewoon met je ouders, broers of
zussen te kunnen praten. ABN klinkt dan zo hoog uit de bol en nestvreemd, maar
de standaardtaal is echter weer wel beschikt als beroepstaal. Zo is er voor elk
wat wils. Hetzelfde geldt voor onderwijs: sommige dingen doe je op de lap top,
andere op of van papier. En discussiëren doe je bij voorkeur driedimensionaal.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten