zondag 13 april 2014

God bestaat echt: in de Matthaeus Passion

Met een variant op de beroemde uitspraak van Nietzsche kun je stellen dat de godsdienst in onze seculiere samenleving dood is, maar God zelf leeft er voort in de Matthaeus Passion. Afgelopen zondag is de Goede Week begonnen, de Lijdensweek waarin de dood van Jezus Christus aan het kruis wordt herdacht en al dan niet religieus wordt doorleefd. In ons land wordt de Goede Week vormgegeven door een bezoek aan een uitvoering van de Matthaeus Passion, die elk jaar weer een steeds groter en intenser meelevend publiek trekt. Vaak beginnen die uitvoeringen in den lande al zo halverwege de Vastentijd. Zelf bezocht ik een uitvoering in de Concertzaal in Tilburg eind maart. Een hedendaagse tegenhanger is The Passion, mateloos populair wordend onder jongeren, die vaak helemaal niets hebben met godsdienst.

De Matthaeus Passion gaat over de kruisdood van Christus, en het libretto (de tekst) is gebaseerd op Lutherse evangeliepreken uit de tijd van Johann Sebastian Bach. Het lijden van Christus wordt in onze geseculariseerde samenleving vertaald door het lijden van mensen in de wereld. Een bezoekster vertelde dat haar fascinatie voor het beroemde oratorium haar oorzaak vond in het gegeven dat het een verdriet bij haar oproept “waarvan je niet weet waar het vandaan komt”. Ze liet me in de pauze een pakje tissues zien, zeggende: “Bij het Erbarme dich houd ik het niet droog. Ik huil de hele aria door, van begin tot eind.” Veel mensen worden ten diepste geroerd door het in oorsprong uiterst piëtistische (protestantse volksvroomheid in de achttiende eeuw) muziekstuk.


Het is uitermate curieus dat in een Nederland dat zeer sceptisch is over alles wat met religie te maken heeft de Matthaeus zo’n grote populariteit geniet. Het heeft iets van een onverwerkt verleden wat de mensen erin doormaken, een verleden dat nolens volens blijft doorleven. Zo vertelde Bachkenner Paul Witteman dat hij toch echt niets meer had met dat religieuze in de MP, maar dat het hem louter om het kunstwerk ging. Toch luistert hij opvallend genoeg alleen tegen het eind van de Vastentijd naar het monumentale muziekstuk: “Het is te mooi om er het hele jaar naar te luisteren.” Inderdaad zo bijzonder is het dat je het niet uit zijn religieuze context mag rukken.

 
 

Middagduivel

"Terwijl ik in slaap val ben ik tegelijkertijd actief en passief. Ik ‘ga’ naar bed, maar ik verkeer niet in de mogelijkheid mijn slaap te kiezen, omdat bewust voor de slaap kiezen het in slaap vallen net zou verhinderen.” Deze tekst las ik in een vaktijdschrift. Gaan slapen is een act van actieve overgave, waarbij het accent moet liggen op overgave. De uitdrukking luidt dan ook ‘je overgeven aan de slaap’.

Schrijver dezes pleegt tussen de middag wel eens een dutje te doen, een power nap wordt dat ook wel genoemd. Collega’s kijken daar altijd nogal van op en sommigen bevestigt deze ‘activiteit’ (zie boven) in een zekere, minder gunstige mening over het intensiteitsgehalte van de uitvoering van mijn beroepsactiviteiten. Dit op een bepaalde pauze-invulling gebaseerde oordeel moet beslist een vooroordeel worden genoemd.

Wetenschappelijk onderzoek wijst klip en klaar uit dat de power nap de arbeidsproductiviteit eerder bevordert dan benadeelt. Wie werd niet eens bevangen door de post lunch dip na een stevig middagmaal, door monniken de door hen gevreesde middagduivel genoemd. De middagduivel personifieerde een van de zeven hoofdzonden, acedia, luiheid. De middagduivel meldt zich met een vage innerlijke onrust, die uiteindelijk tot een gevoel van lusteloosheid leidt. Wie aan deze aanval van binnenuit niet even toegeeft, kan er lang mee blijven rondlopen die middag.

Vast staat dat als je even toegeeft aan de verleiding van de middagduivel je daarna een stuk productiever opereert op de werkvloer. Toen ik een aantal jaren geleden in het kader van een Europees onderwijsontwikkelingsproject het technologisch (en onderwijskundig) voorlijke Finland mocht bezoeken, kwam ik op een hogeschool terecht waar een heuse stilteruimte was ingericht. Die was niet bedoeld zoals bij ons om er te werken, maar om er te rusten. Er stonden chaises longues waarop het heerlijk even toeven was. Hier werd druk gebruik van gemaakt. Tijdens de pauzes welteverstaan.

 

vrijdag 4 april 2014

'We laten ons niet wegvegen!'

Als lid van de ondernemingsraad kom ik graag bij de mensen op de werkvloer, omdat je met eigen ogen wilt zien wat er links en rechts allemaal speelt in de organisatie. Die blijken echter niet altijd onverdeeld enthousiast te zijn over het OR-lidmaatschap. Soms loop je ongevraagd tegen als grappig gepresenteerde laatdunkende opmerkingen aan die welbeschouwd nogal vilein om niet te zeggen denigrerend zijn. Zo voegde een dienstenfunctionaris na wederzijdse begroeting mij toe: “Zo, jij wordt vandaag weer als joker ingezet!” En een collega-docent vroeg retorisch: “Jij gaat vandaag weer naar je dagbesteding, zeker?” Maar gelukkig staan daar weer veel meer positieve reacties tegenover. Die helpen mee om als OR-lid overeind te blijven. De opkomst bij de laatstgehouden OR-verkiezingen in de Onderwijsgroep Tilburg was ruim 60% en uit onderzoek blijkt dat driekwart van de OR-leden in Nederland op de steun van de achterban vertrouwt.

Het Brabants Dagblad schreef 4 april een stuk over de voor- en nadelen van het OR-lidmaatschap. 40% van de OR-leden in de profitsector denkt dat het lidmaatschap van de ondernemingsraad belemmerend kan werken voor de carrière, en in de non-profitsector zelfs 50%. Het laatste zou je zeker niet verwachten, maar de werknemers in de zachte sector blijken wel vaker behoudender dan hun tegenhangers in de profitsector. Maar het tij is aan het keren. De onzekere tijden op de arbeidsmarkt maken dat steeds meer werknemers, ook de twintigers en dertigers onder hen, het belang van de ondernemingsraad gaan inzien.

De persoonlijke voordelen van een OR-lidmaatschap zijn evident: je scope op je werk in de organisatie wordt een stuk breder. Daarnaast worden je cognitieve en communicatieve vaardigheden behoorlijk gestimuleerd, want voortdurend getraind. Bovendien is het OR-lidmaatschap een permanente oefening in de argumentatieleer. Maar nog belangrijker is het persoon overstijgend belang: de versterking van de medezeggenschap in onze schoolorganisatie. Bovendien misstaat een OR-lidmaatschap geenszins op je curriculum vitae. Er is minstens één directeur in onze schoolorganisatie die dat kan bevestigen. 

Het Brabants Dagblad schreef ook dat een grote groep jongere werknemers nog steeds maar moeilijk te porren zijn voor de medezeggenschap. Zou niet bijdragen aan de voortgang in je loopbaan? Ook het aantal vrouwen in MR en OR blijft getalsmatig flink achter bij dat van de mannen. Natuurlijk zal geen enkel weldenkend directeur of bestuurder je het lidmaatschap euvel duiden. Integendeel, mijn ervaring is dat die vaker positiever ertegenover staan dan menig docent of dienstenemployee. Ofschoon deze laatste zin door sommigen met enige scepsis kan worden gelezen.

Toen in Den Haag het werk van de gemeentelijke straatvegers dreigde te worden geoutsourcet door het gemeentebestuur kwam de vakbond in samenwerking met de OR onder het motto 'wij laten ons niet wegvegen' met een doortimmerd alternatief plan met behoud van werkgelegenheid. De uitbestedingsplannen werden van tafel geveegd.

 

 

 

vrijdag 28 maart 2014

Tilbotaal

“Casual, een beetje tandarts, voor hem beroep vinnik ’t goed als premier zijnde. Bietje meer gel zou wel mogen, ‘net uit bed zeg maar’.”

Je komt er tegenwoordig mee weg in de krant. Die is allang geen meneer meer; de krant lijkt vaak de  spreekbuis van het gewone volk geworden. Toch is dit tenenkrommend Nederlands van een wonderschone elegantie: übertilbo Royke Donders uit Broekhoven schetst met een paar simpele streken een raak beeld van het uiterlijk van onze jeune-premier Mark Rutte. De zinsconstructie is een ingenieus bouwwerkje dat een opsomming inhoudt van zes deelzinnen. De zin als bouwpakket, zeg maar. Bovendien worden er minstens drie talen in gebruikt. De ouverture van de zin wordt gevormd door één enkel Engels woord, dat de kleedstijl van de jonge premier moet oproepen. Die is casual, niet gewoontjes, maar vlot en toch netjes gekleed. Dan volgt de toevoeging ‘een beetje tandarts’ in het Algemeen beschaafd, wat een dubbele upgrading van onze premier inhoudt: Mark Rutte ziet er wel casual uit, maar hij heeft ook iets chique over zich, wat Royke aan een tandarts (veelverdieners!) doet denken. En hij voegt eraan toe in een ontroerend mooi bijzinnetje, dat die uitstraling wel bij de baas van ons land past. Interessant is de zinsnede ‘hem beroep’: hier probeert Roy heel netjes te praten, maar dat verrekte dialect van hem zit hem in de weg en een beetje onhandig gebruikt hij daarom het (verkeerde) persoonlijk voornaamwoord ‘hem’. Het einde van de bijzin is een veelgemaakte tautologie: ‘als’ en ‘zijnde’ betekenen hetzelfde. ‘Vinnik’ is intrigerend omdat het (Brabants) dialect noch ABN (standaardtaal) is, het is randstadtaal, waarschijnlijk opgepikt van de tv. Aan het kapsel van Rutte wijdt Roy twee zinnen: een (bijna) volledige zin, en een ellips; een zin die onvolledig is, maar waarvan de betekenis wel duidelijk is. Rutte’s haar ziet er wat onverzorgd uit in de ogen van de modekoning. Zo’n kapsel past dan weer wel bij een cosy huispak van modehuis Roy Donders.

zaterdag 22 maart 2014

Lien

Ons Lien is flink aan de lijn: alle liflafjes en extraatjes laat ze aan haar mondje en neusje voorbijgaan. En een figuurtje dat ze krijgt! Ze is rank en slank als een den, met een wespentaille! Lien laat alle feestjes en partijtjes links liggen, zelfs receptiebezoek heeft ze afgeschaft. Bang als ze is haar figuurtje te verpesten met lekkere hapjes en drankjes. Bovendien vindt ze het zonde van haar tijd. Werktijd is beter voor haar lijn en het brengt bovendien veel meer op. Maar eerlijk gezegd vraag ik me de laatste tijd wel af, of dat mooie slanke figuurtje niet wat al te slank wordt.

Nu houd ik persoonlijk van vol en voluptueus en uit de museumzalen met Rubensiaanse vrouwenvormenpracht ben ik niet weg te slaan. Nee, Twiggy was in mijn jongste jeugd al niet aan mij besteed. Er moet wat spek aan zitten, zei mijn lieve moeder altijd, die zelf ook nogal gezet was.
Maar helaas voor ons Lien, lean is in de mode. Net als vroeger, toen Kinderen voor kinderen al zongen van: ‘Maak je niet dik, dun is de mode.’  Helaas heeft al die gekkigheid nogal wat collateral damage (nevenschade) opgeleverd. Sommige meisjes nemen de modenorm zo serieus dat ze er ziek van worden: ze beginnen er wel erg pips uit te zien. Nergens geen trek meer in. Nee, dat lean is niks voor jou, Lien!

Daar komt nog bij dat meisjes behalve lean ook nog eens mean kunnen gaan worden: ze worden van al dat ‘gelean’ een beetje bozig van gemoedsgesteldheid. Een beetje vals dus, en chagrijnig.
Daarom, Lien, blijf je maar lekker je liflafjes eten, en je koffie met gebak gebruiken. Dat maakt je leven toch veel meer een feestje. En je werk zal er heus niet onder lijden hoor, schat. Een tevreden mens presteert nu eenmaal beter, dan een sikkeneurige typ.

Is dat wel zo’n goed idee voor je Lien, lean?

zaterdag 15 maart 2014

Elton John wast heren

Sinds jaar en dag wandel ik met mijn hond wekelijks een paar keer onder een viaduct van de voormalige snelweg van Tilburg naar Eindhoven door en steeds word ik weer verrast door de originaliteit en actualiteit van de graffiti  die daar op de pijlers te lezen staat. Graffiti houdt met gemak het tempo van de voortsnellende tijd bij. Dat doet het al sinds de Klassieke Oudheid. Op de muren van de ruïnes van de oude Romeinse en Griekse steden zijn verrassend tijdloze graffiti teruggevonden. Daar kwam toen nog geen spuitbus aan te pas, maar de tags en de teksten werden met een scherp voorwerp in de stenen gegrift. Juist: graffiti. Vaak waren die teksten nogal scabreus.

Zo beschreef een inwoner van de stad Pompeji, een zekere Marcus, sans gêne via graffiti zijn erotische gevoelens voor zijn plaatsgenoot Spendusa en werd de muur van een kroeg beklad door een man die beweerde het bed te hebben gedeeld met de barvrouw. De meest in het oog springende boodschap stond echter op het bordeel van de stad: “Wees bedroefd vrouwen, mijn penis heeft jullie opgegeven. Voortaan penetreert hij mannelijke achterwerken!”

De graffiti-uitingen op mijn viaduct zijn vaak nogal literair en filosofisch van aard. Wat dacht je van: Het ware leven is geven. Of deze twee: Strijd alleen als je zeker bent; Respect never forgets, always forgives. En een erudiete Feyenoord-supporter schreef: Facta non verba! (Geen woorden maar daden!)

Er staat sinds jaar en dag één uiting op die mij mateloos intrigeert: Elton John wast heren. Toen ik deze voor het eerst zag maakte ik direct de associatie met: Elton John wasn’t here. Die ligt voor de hand, want zij borduurt voort op de moeder aller graffiti van de moderne tijd: Kilroy was here. In de jaren vijftig dook die plotseling massaal op in openbare urinoirs en pissoirs in cafés. Later grapte een gast: Kilroy wasn’t here, kon natuurlijk niet uitblijven. Om meer over de oorsprong hiervan te weten te komen, moet je maar eens op Wikipedia kijken.

Maar nu mijn Elton John wast heren. Uiteraard is deze bedoeld als woordspeling op de zojuist genoemde Engelse variant. De graffiti-artiest - want dat vind ik hem - hoefde maar één letter te verplaatsen. Het resultaat was een verwijzing naar de herenliefde, die de beroemde zanger zoals bekend is toegedaan. Er zou een literair-technische term voor dit soort letterwisseling bedacht moeten worden.

 

 

vrijdag 7 maart 2014

You've got mail!

Al eens uitgerekend hoeveel tijd per dag je kwijt bent aan je mailbox? Volgens de Volkskrant van 22 februari besteden we ongeveer een derde van onze werktijd aan het lezen en versturen van mail, waarbij de uren per week die je buiten je werktijd aan je werkmail besteedt niet worden meegerekend. Die moeten volgens mijn eigen inschatting toch al gauw een uur per werkdag ofwel vijf uur per werkweek belopen.

Volgens het artikel in de Volkskrant komt mailen in een steeds slechter daglicht te staan, want je mailbox is een tijdverslinder en een werkontduiker. Om met het eerste te beginnen: hoeveel spam of wat je als spam ervaart komt er niet dagelijks binnen? En wees nou eerlijk, zijn al die mailtjes die je dagelijks ontvangt of zelf verstuurt wel zo nodig, lees efficiënt en effectief? Zo roept elk mailtje dat je verstuurt gemiddeld ongeveer zes andere reactiemailtjes op. Kost allemaal tijd om te lezen, vaak verspilde tijd omdat veel reacties vaak niet to the point komen, maar een hoog gooi-maar-over-de-schuttinggehalte hebben ofwel van een hoog nimby(not in my backyard)-niveau getuigen.

Zo stelde ik onlangs eens in een mailtje aan collega's van een OGT-dienst een paar technische vragen, die naar mijn inschatting het nodige werk zouden betekenen om deze te kunnen beantwoorden. Tot mijn niet geringe verbazing kreeg ik prompt een mailtje van een tamelijk hoog werk-mijdend gehalte waarin met een aantal formele argumenten mij duidelijk werd gemaakt dat de vraag beslist niet kon worden beantwoord. Wat naar mijn inschatting complete nonsens was. Na enig duw- en trekwerk via de mail kreeg ik de dienst uiteindelijk toch aan het werk.


Beter ware het geweest als ik voor mijn vraag een efficiënter en effectiever communicatiemedium had gebruikt: de telefoon bijvoorbeeld of rechtstreeks eropaf gaan en vis à vis het verzoek indienen. Werk-mijdende reacties worden dan een stuk moeilijker, want je kunt als zender gelijk lik op stuk geven.

Volgens het artikel in de Volkskrant is mailen op zijn retour: veel te tijdrovend. Als je ‘s morgens op je werk direct aan het mailen slaat, kom je voor je het weet al gauw uren in de tentakels die uit je mailbox steken te hangen, zoals de schrijver van het Volkskrant-artikel het plastisch uitdrukt. En kom je niet aan je eigenlijke werk toe. Veel mail-addicts werken zo onvoldoende aan hun takenpakket, en leveren aan het eind van de dag niet de kwaliteit af die de baas graag ziet. Bovendien kost al dat gemail de werkgever ook nog eens klauwen met geld. Volgens een directeur van het Radboud UMC zouden 8 (acht) fte’s per jaar worden uitgespaard als elke werknemer in het Nijmegense ziekenhuis één mail per dag minder zou lezen.

Over tien jaar bestaat e-mail niet meer en communiceert iedereen via social media als WhatsApp, Yammer, etc., waarin work-communities in een permanent overlegcircuit de technische problemen van de dag tackelen.