zaterdag 20 juni 2015

Dikke Ik

Een tijdje geleden kwam minister-president Mark Rutte in het nieuws met een rede tot de VVD-familie bijeen, waarin hij aangaf hoe het eigenlijk heurt. Weg met de Dikke Ikken was zijn devies, want die zitten overal, ook bij zijn eigen VVD-matties. Over de betekenis van de term ontstond in de media direct discussie, want welke Dikke Ik had onze jeune premier eigenlijk voor ogen? Was het de Dikke Ik van collega Diederik Samson of bedoelde hij die van de rechtsfilosoof Kunneman? Mark bleek een eigen definitie te hanteren.

De humanist Kunneman wordt gezien als de vader van het Dikke Ik. Hij muntte de term tien jaar geleden in een boek met als titel ‘Voorbij het dikke-ik; bouwstenen voor een kritisch humanisme’. Hierin kritiseerde hij het consumentisme dat gedachteloos en zonder inspiratie voort graast en de aarde daardoor uitput. Toch was Kunneman niet de bedenker van de term. Dat was de Zwitserse predikant W.J. Oehler die in 1933 het boek 'Vom dicken Ich' publiceerde, en dat in 1938 op de Nederlandse markt kwam als 'Het Dikke Ik'. Vond ik op internet.

Samson vat het Dikke Ik als volgt samen: ‘Het Dikke Ik is de verontrustende uitvergroting van het individu, dat zich bevrijd heeft van alle vormen van moreel gezag en dat zich aan niets en niemand nog wat gelegen laat liggen. Lomp gedrag, minachting voor andersdenkenden, onverzadigbaarheid en zelfingenomenheid zijn de kenmerken van het Dikke Ik.’
Het Dikke Ik staat voor onmatigheid, voor de onverzadigbare zucht naar meer, beter en duurder, voor lomp gedrag en voor een dikke huid.

De premier echter bracht de term in verband met zijn definitie van de verzorgingsstaat: ‘Een samenleving waarin mensen denken dat ze alles kunnen maken en recht hebben op allerlei voorzieningen.’ Een typisch VVD-geluid, toch?

Behoren wij tot de Dikke Ikken? Als je docent bent heb je daar weinig kans op, gezien de goede reputatie als mens, die de beroepsgroep heeft bij het grote publiek. Nu moet je dit niet verwarren met aanzien, dan blijkt de gemiddelde Nederlander veel minder positief over de docent te denken. De maatschappelijke status van de leraar is zoals bekend niet bijster hoog meer.

Voor bestuurders ligt de zaak andersom. Daar blijken verhoudingsgewijs meer Dikke Ikken voor te komen; niet gek als je bedenkt dat ze een hoge organisatiepositie bekleden en een grote maatschappelijke status hebben. Wat reputatie als mens betreft is het net omgekeerd. Die heeft flink te lijden gehad van de bekend geworden schandalen van de laatste tijd. 

En nu de hamvraag: ben ikzelf een Dikke Ik?  Ik heb, docent toch, de neiging om nee te zeggen, maar als ik heel eerlijk ben…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten