De jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was de tijd
van vrijheid, blijheid, creativiteit en niet onbelangrijk: vrije, maar ook
onveilige, seks. Maar daarover een andere keer: zaken gaan ook in dit geval
voor het meisje.
In de jaren tachtig en negentig probeerden we weer wat greep te krijgen op al het vrolijke jolijt, dat niet zelden ontspoorde in mallotigheid. De jaren nul (2000-2010) maakten ons in dit streven tot ware control-freaks, iets waarvoor prof. Paul Frissen al halverwege dat decennium waarschuwde. Ik hoorde zijn intelligente boutade tegen al dat dwangmatig controleren van elkaar aan tijdens een ICT-conferentie in Eindhoven: ‘Stop met die bull-shit!’, riep hij vanaf zijn spreekgestoelte maar niemand luisterde. Integendeel, we verfijnden met obsessieve overgave ons controle-instrumentarium, en de ‘bilatjes’ van weleer tussen baas en medewerker woekerden uit tot heuse gesprekkencyclussen met bijbehorende formulieren en afvinklijsten.
De jaren tien (2010-2020) laten (gelukkig) weer een omslag zien.
We willen met zijn allen af van dat
wederzijds checken van het behalen van targets, en zoeken een nieuwe vrijheid. Niet
de vrijheid-blijheid van de swinging
sixties, maar een vrijheid die ons aan elkaar verplicht. En zonder de tot
nu toe gebruikelijke bullshit.
Controle is in essentie gebaseerd op wantrouwen, waarvoor we
kennelijk alle reden hebben. De afgelopen decennia hebben ons sadder but wiser gemaakt, maar we zijn
in onze ijver en vlijt doorgeslagen. Wat iedereen op zijn klompen aanvoelt. We willen
weer terug naar vroeger, maar dan anders. Semper
idem, sed aliter, zeiden de oude Romeinen: alles blijft hetzelfde, maar
steeds weer anders.
De zelfbewuste, goedopgeleide professional wil serieus
genomen worden, en vertrouwen krijgen. Het management en bestuur zijn daarbij niet leidend, maar
dienend. Bij tijd en wijle praten heren en mevrouwen elkaar bij, maar dan zonder format.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten