zaterdag 21 november 2015

Een minuut stilte

De maandag na de aanslagen in Parijs houd ik om 12.00 uur een minuut stilte met de klas waaraan ik lesgegeven heb het uur daaraan voorafgaand. Het is doodstil, op een tijdstip waarop doorgaans studenten druk pratend het klaslokaal verlaten. De jonge adolescenten kijken stil voor zich uit, soms een steelse blik werpend naar mij of naar een medestudent. In de studiezaal ernaast wordt de stilte kennelijk minder gerespecteerd. Later verneem ik van een collega dat een studente op het verzoek om stilte reageerde met de vraag waar dat helemaal voor nodig was. Anderen gingen gewoon verder waar ze mee bezig waren en negeerden het verzoek.

Ik breng diezelfde middag het onderwerp van de aanslagen aan de orde in de les. Het is niet zozeer een onderdeel van de les, - ik doceer Nederlands -, maar onder het kopje actualiteit breng ik wel vaker dingen van de dag ter sprake. Soms gaan studenten daarop in, soms niet zo. Deze keer blijft het stil. Zo kort na het gebeuren in Parijs zoeken ze evenals ikzelf naar woorden. Ze kijken bezorgd voor zich uit. 

Een student vraagt waarom er alleen voor Parijs een minuut stilte werd gehouden, waarom niet ook voor Beiroet? Ik antwoord dat de aanslag in Beiroet van een tijdje daarvoor uiteraard meegenomen kon worden in de bezinningsminuut. Het klinkt voor hem niet erg overtuigend. 

In de krant lees ik later die week dat de minuut stilte mensen aandachtig maakt voor hun leefomgeving, en daarom zelfs een praktijkvoorbeeld van mindfulness kan worden genoemd. Doorgaans rennen we maar door en leven van de ene hype in de andere. De Minuut doet ons letterlijk en figuurlijk stilstaan bij ons medeleven met de slachtoffers en onze eigen angsten.

“Kunnen die terroristen ook op school komen?”, vraagt een meisje bang aan haar moeder. Moeder stelt het kind gerust door te zeggen dat de kans heel klein is. “Maar de kans blijft”, zegt het kind.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten