De volgende morgen zie ik op TV5 Monde beelden van voor het schoolgebouw van het Parijse Lycée Voltaire. ‘La Paris est vide’ zegt
een man op tv. De terrassen zijn leeg en de kramen van de zaterdagmarkten
worden niet opgebouwd. Vandaag is er geen school, de onderwijsinstellingen en
universiteiten zijn gesloten, evenals de meeste andere publieke instellingen,
zoals zwembaden en bibliotheken. Het vrije, voorlijke woord is de mond gesnoerd
door achterlijk geweld. De Boulevard Voltaire is een van de plaatsen van
aanslag: een terrorist blaast zichzelf op. Een statement en affront door woedende jongemannen die zich van het
land van de Verlichting hebben afgekeerd. De Duitse denker Peter Sloterdijk schrijft in zijn boek Woede en tijd over 'woede-depots'. Frankrijk is groggy, ‘Paris est en en
état de choc’ en neemt de tijd om te recupereren. De Franse president Hollande
en minister van Buitenlandse Zaken Fabius spreken van oorlog: ‘La France est en
guerre!’. Hun woorden doen me aan de dramatische toespraken van Winston
Churchill in 1940 denken: het onverschrokken We shall fight them on the beaches en het paradoxale This was their finest hour.
De volgende morgen, ‘Le lendemain après la horrible nuit
avant’ wappert bij mijn Franse overbuurman fier
de tricolor. Christian hangt bij elke
memorabele gelegenheid, goed of slecht, ‘Bon ou mauvais’, de Franse nationale
driekleur uit. Het schept een band die landgrenzen overschrijdt. In een
opwelling besluit ik uit solidariteit met mijn overbuurman en compassie met de
slachtoffers de Nederlandse vlag aan mijn huis halfstok te hangen.
In Meppel betogen enkele tientallen mensen tegen Zwarte Piet
tijdens de traditionele jaarlijkse Sinterklaasintocht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten