zondag 19 april 2015

De man is weer terug!

De mbo-opleiding schaapherder die ROC Helicon opstart in het nieuwe schoolseizoen is helemaal volgeboekt. Een aantal aanmelders blijft voorlopig enkel schaapjes tellen voor het slapen gaan. Ze mogen het volgend jaar weer proberen. Het typisch mannelijke retroberoep maakt een comeback door. Een tijdje geleden maakte ik al gewag over het her en der in den lande opduiken van barbiers, als tegenhangers van de herenkappers. Er bestaat nog geen mbo-opleiding voor, maar er is hier sprake van een heuse niche, een gat in de markt dus. Aan mijn oproep om deze opleiding bij ons op te starten is tot nu toe geen gehoor gegeven. Zelfs van de kant van de School voor Uiterlijke Verzorging bleef het muisstil.

Het lijkt erop dat de man zich opnieuw aan het uitvinden is. Beroepen en ambachten die vanouds her door mannen werden uitgevoerd worden weer populair. Terwijl winkelketens geleidelijk aan uit het straatbeeld verdwijnen, komen daar aan de andere kant speciaalzaken en ambachtelijke werkplaatsen voor terug. De artikelen uit het middle-of-the-roadsegment kunt u via internet betrekken, maar voor het maatkostuum (dat ook voor de gewone man betaalbaarder wordt) moet u de stad in. Net als voor de maatschoen. Typisch vrouwelijke ambachten worden weer door vrouwen uitgevoerd, en de mannelijke ambachten door mannen.

Ook mannenclubjes verheugen zich in toenemende mate in populariteit. Zo maak ikzelf sinds een jaar of vijf deel uit van een beleggingsclubje, bestaande uit zes mannen van enigszins gevorderde leeftijd. We komen overal vandaan: bedrijfsleven, international engineering, geneeskunde, farmacie en onderwijs. We praten onbekommerd over hard boiled issues, als financiën en economie, de politiek, maar ook over sigaren en whisky, en zelfs de jacht. Over vrouwen wordt respectvol gezwegen. 

De tobberige tijden waarin de man moeizaam zijn positie probeerde te bepalen ten opzichte van de vrouw, die zichzelf via opeenvolgende emancipatiegolven opnieuw uitgevonden had, - En  terecht!, voeg ik daaraan toe – zijn voorbij. Het is fijn om opnieuw man te zijn!

zaterdag 11 april 2015

Van criminele zaken en de jaren die voorbijgaan

Wat is het verschil tussen de termen ‘criminele Marokkanen’ en ‘Marokkaanse criminelen’? Wel. De eerste is een neutrale aanduiding, maar de tweede is stigmatiserend. De omkering van woorden, blijkt een omkering van waarden te impliceren. Naast criminele Marokkanen zijn er jammer genoeg ook criminele Nederlanders, en criminele Duitsers, en criminele Belgen, etc. Ik realiseer me dat dat ‘jammer genoeg’ al ambigu klinkt. Ik kan het om verschillende redenen jammer genoeg vinden, waaronder enkele bedenkelijke, waardoor juist de Marokkaanse bevolkingsgroep in Nederland in een kwaad daglicht komt te staan. Het ligt gevoelig.

Wanneer er gesproken wordt van ‘Marokkaanse criminelen’ impliceert dat het bestaan van een bepaald soort criminaliteit, namelijk Marokkaanse criminaliteit, als importproduct, of liever: als negatief bijverschijnsel van de immigratie van de laatste halve eeuw. Voor zover het zich echter laat aanzien nemen de zogenaamde Marokkaanse rotjochies aan het begin van hun eventuele criminele carrière ‘gewoon’ slechte praktijken over die Nederland al veel langer kent: berovingen, overvallen, diefstal, smokkel. Alleen blijkt dat in de demografische leeftijdscategorie 20-35 jaar onze jonge Marokkaanse Nederlanders significant oververtegenwoordigd zijn.

Uit onderzoek blijkt dat onze criminele Marokkanen na hun 35-ste levensjaar net zulke brave burgers worden of zijn als hun autochtone tegenhangers. En ook onze Surinaamse, Turkse, etc. criminelen bewandelen doorgaans weer het rechte pad, zo gauw er een gezinsvorming plaatsvindt.
Toch bestaat er wel een soort criminaliteit die je met een land kan aanduiden, en die echt criminele school heeft gemaakt: de Italiaanse. Termen als Maffia, Camorra, Cosa Nostra en Omertà zijn overbekend. Toch wordt er vreemd genoeg geen enkele Italiaanse Nederlander op aangekeken. Er moet dus in de appreciatie iets anders aan de hand zijn. 

In zijn boek over immigratie “Het land van afkomst’ schrijft Paul Scheffer, die in het jaar 2000 in Nederland voorgoed zijn naam vestigde met zijn artikel in het NRC Handelsblad: ‘Het multiculturele drama’, dat in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten met name de Ieren met de nek werden aangekeken en voornamelijk als crimineel of permanent dronken werden beschouwd. Dat had toen met het geloof te maken: de Ieren die rond 1850 de grootschalige Famine (hongersnood) ontvlucht waren richting VS waren katholiek en vestigden zich in een overwegend protestantse omgeving.
Waar de huidige overwegend negatieve depreciatie voor de Marokkaanse Nederlander vandaan komt laat zich vooralsnog raden. Het kan niet de islam als zijn of haar geloof zijn, want die deelt hij of zij met meer allochtone bevolkingsgroepen, die in den lande een betere pers hebben.


zaterdag 4 april 2015

Mbo-opleiding Barbier start in september!


Na drie feministische golven beleven wij mannen dezer dagen eindelijk een heuse masculinistische golf. Mannen hebben wraak gezworen na de feministische onderdrukking van de afgelopen veertig, vijftig jaar. In deze periode werd de man gedegradeerd tot huisman, metroman of pantoffelheld. Een halve eeuw geleden hadden op hun beurt vrouwen besloten wraak te nemen na vijfduizend jaar patriarchale dictatuur . Moeders wil werd wet, nadat dit in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw al was aangekondigd door het gelijknamig radioprogramma. ‘Moeders wil is wet’ was een Nederlands radioprogramma, dat van 1949 tot 1974 door de KRO werd uitgezonden. Het werd 25 jaar lang geproduceerd en gepresenteerd door Mia Smelt. Mijn moeder placht ernaar te luisteren, en geloof me het Woord van Mia ging er bij haar in als Gods Woord in een ouderling, ofschoon het programma nog voornamelijk rolbevestigend was. Maar met de programmatitel was het zaad gezaaid.

In de jaren zeventig werd de man door vrouwlief van zijn barkruk in zijn stamkroeg getrokken en linea recta in een diepzitter in een zitkuil gedeponeerd, waaruit voor hem geen opstaan mogelijk meer was. Intussen ging vrouwlief naar haar eigen stamkroeg, het vrouwencafé, waarvan de toegang voor de man strikt verboden was. Een eigentijdse uitingsvorm van apartheid: slegs vir vroue

Nadat de man een aantal decennia had rondgedobberd in de ernstigste bestaanscrisis  van de geschiedenis van de man, en hij alle tussenvormen van man- en vrouwzijn had uitgeëxperimenteerd, besloot een kleine masculinistische cel ergens in een grote Nederlandse stad dat het afgelopen moest zijn met de onderdrukking van de moderne amazones. Wat hullie konden, konden wullie ook! Ze richten een kapsalon speciaal voor heren in. Niks bijzonders zou je zeggen, kapsalons voor heren hadden alle feministische stormen stilzwijgend doorstaan. Maar deze kapsalon voor mannen was slechts toegankelijk voor mannen met een volle baard. Als dat geen statement was!

De barbiershop Schorem in Rotterdam afficheert zich nog steeds als de enige vrouwvrije zone van Rotterdam: “Deze status is niet geboren uit vrouwonvriendelijkheid, maar puur vanwege het feit dat de mannen van Schorem van mening zijn dat je als man zijnde af en toe je rust moet kunnen pakken en over mannenzaken moet kunnen ouwehoeren terwijl je kapsel en baard in peak condition worden gebracht.” Aldus de homepage. Intussen zijn in Tilburg al enkele barbiers in bedrijf.

In september bieden wij de eerste barbiersopleiding aan.

zaterdag 28 maart 2015

Vergeetverzoek

Een vergeetverzoek is een verzoek van een persoon aan een zoekmachine om gevoelige informatie over hem (of haar) te verwijderen uit de zoekresultaten. Door het steeds meer delen van zaken komen er soms berichten op het internet die niet wenselijk zijn, of onwaar zijn. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor mensen. 

Vergeetverzoek is tweede geworden in de woord-van-het-jaarverkiezing 2014. Eerste werd jihadstrijder. Zoals vele woorden kan het vergeetverzoek meerdere betekenissen hebben of krijgen. Zo kan het bijvoorbeeld ook duiden op een verzoek dat je vergeten bent. In de school mailtjes die ik dagelijks ontvang wil er wel eens eentje door de mazen van het net glippen. Daarom delete ik geen enkel mailtje, behalve die overduidelijk spam zijn. Zo heb ik al menig verzoek uit de rivier de Lethe van de verdrinkingsdood gered, ofwel: aan de vergetelheid ontrukt.

De derde betekenis van vergeetverzoek duidt op een verzoek om iets te vergeten, wat natuurlijk een paradox inhoudt. Die is van hetzelfde soort als het verzoek om ergens niet aan te denken. Je denkt dan juist nog sterker aan iets, en zo gaat het ook met een verzoek of bevel om iets te vergeten. Probeer het maar: denk niet aan een roze olifant!

Overigens kun je jezelf wel een vergeetverzoek geven dat daadwerkelijk door je wordt opgevolgd. Dat gebeurt dan echter stilzwijgend, en dan blijk je zelfs in staat te zijn om die grote roze olifant bij je in de kamer niet te zien. Een typisch geval van wegkijken wordt het dan en dat gebeurt vaker dan je lief is. We houden veel onder de pet.

Een laatste betekenis kan erop duiden dat je verzocht wordt het ergens maar niet over te hebben, omdat het bijvoorbeeld verboden, ongepast of pijnlijk voor je gesprekspartner zou zijn. Typisch geval van no hear, no say! Of liever in dit geval omgekeerd.

zondag 22 maart 2015

Gezocht: leraar Duits*)

Jemand mußte Josef K. verleumdet haben, denn ohne daß er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet. Die Köchin der Frau Grubach, seiner Zimmervermieterin, die ihm jedenTag gegen acht Uhr früh das Frühstück brachte, kam diesmal nicht. Das war noch niemals geschehen. K. wartete noch ein Weilchen, sah von seinem Kopfkissen aus die alte Frau, die ihm gegenüber wohnte und die ihn mit einer an ihr ganz ungewöhnlichen Neugierde beobachtete, dann aber, gleichzeitig befremdet und hungrig, läutete er. 

Sofort klopfte es und ein Mann, den er in dieser Wohnung noch niemals gesehen hatte, trat ein. Er war schlank und doch fest gebaut, er trug ein anliegendes schwarzes Kleid, das, ähnlich den Reiseanzügen, mit verschiedenen Falten, Taschen, Schnallen, Knöpfen und einem Gürtel versehen war und infolgedessen, ohne daß man sich darüber klar wurde, wozu es dienen sollte, besonders praktisch erschien. 

»Wer sind Sie?« fragte K. und saß gleich halb aufrecht im Bett. Der Mann aber ging über die Frage hinweg, als müsse man seine Erscheinung hinnehmen, und sagte bloß seinerseits: »Sie haben geläutet?« »Anna soll mir das Frühstück bringen«, sagte K. und versuchte, zunächst stillschweigend, durch Aufmerksamkeit und Überlegung festzustellen, wer der Mann eigentlich war. Aber dieser setzte sich nicht allzulange seinen Blicken aus, sondern wandte sich zur Tür, die er ein wenig öffnete, um jemandem, der offenbar knapp hinter der Tür stand, zu sagen: »Er will, daß Anna ihm das Frühstück bringt.« Ein kleines Gelächter im Nebenzimmer folgte, es war nach dem Klang nicht sicher, ob nicht mehrere Personen daran beteiligt waren. 

Obwohl der fremde Mann dadurch nichts erfahren haben konnte, was er nicht schon früher gewußt hätte, sagte er nun doch zu K. im Tone einer Meldung: »Es ist unmöglich.« »Das wäre neu«, sagte K., sprang aus dem Bett und zog rasch seine Hosen an. »Ich will doch sehen, was für Leute im Nebenzimmer sind und wie Frau Grubach diese Störung mir gegenüber verantworten wird.« Es fiel ihm zwar gleich ein, daß er das nicht hätte laut sagen müssen und daß er dadurch gewissermaßen ein Beaufsichtigungsrecht des Fremden anerkannte, aber es schien ihm jetzt nicht wichtig. 

*) tv-journaals 21 maart

vrijdag 6 maart 2015

Stoelendans

Niet de bodem zoals in Groningen begint te schuiven binnen onze organisatie maar het plafond: het management als bewegende plafonddelen in het Huis. Horizontale mobiliteit is de term die het Bestuur daarvoor heeft verordend. Intussen zijn twee directeuren van hun stoel opgestaan, en één heeft haar nieuwe zetel ingenomen en de andere doet dat binnenkort.
 
Heel gezond voor de organisatie zo’n doorstroming in de top. Als een directeur (te) lang op zijn stoel blijft zitten loopt de school het gevaar zijn rijkgeschakeerdheid te verliezen. Boss knows best! En hij (m/v) wordt hierin bevestigd door de kring van functionarissen die hij om zich heen verzameld heeft in de loop van de tijd. Het gaat natuurlijk ook anders binnen onze schoolorganisatie: er zijn directeuren die zo verstandig zijn dat ze een kritische kring om zich heen verzamelen. Dat houdt iedereen scherp. Organiseer je eigen tegenspraak luidt het new-school bestuursdevies tegenwoordig.
Opvallend geluid in de wandelgangen: ‘Eigenlijk hebben we helemaal geen directeur nodig.’ Dit wordt gemeend en zonder dedain gezegd. Een nieuwe lente een nieuw geluid? Is het proces van resultaatverantwoordelijkheid zover doorontwikkeld dat docenten en dienstverleners dat met droge ogen kunnen zeggen? 

Een interessante en intrigerende vraag. Je hoort er wel vaker over tegenwoordig: de nieuwe ‘managementloze’ organisatie. Er kan in elk geval geconstateerd worden dat het managementdenken, zeker in het onderwijs, op zijn retour is. Deze beweging past in een andere ontwikkeling waarin het piramidale bestuursmodel ingeruild wordt voor het bestuurlijk trechtermodel. Waarover een volgende keer.

Een ander belangrijk signaal is dat er de behoefte ontstaat dat er niet alleen horizontaal bewogen zou moeten worden maar dat ook interne verticale mobiliteit wenselijk is. Als er alleen gevist wordt in een vijver die al een tijd niet meer echt ververst is dan bevordert dat niet de gezondheid van de organisatie. Elk organisme heeft geregeld vers bloed nodig. 

Daarnaast is er de kritiek op het old school denken van de bestuurscultuur dat zegt dat de manager / directeur  in principe overal plaatsbaar moet zijn. Het gaat weer om de inhoud! Een directeur moet ook echt iets met het onderwijs van zijn school hebben en moet er als expert in thuis zijn. Het is daarom toe te juichen dat directeuren en bestuurders schoorvoetend de lestaak weer beginnen op te pakken. Zo old school, dat het weer new school wordt.



zondag 1 maart 2015

Werk ze!

Mijn collega Ad de Boer vroeg mij eens uit te zoeken hoe een uitdrukking als ‘Werk ze!’ in elkaar steekt. Met mij deelt hij de liefde voor de eigenaardigheden van de Nederlandse taal. Terwijl ik mijn studenten regels en finesses van de Nederlandse taal tracht aan te leren, laat Ad hen in zijn lessen creatief vorm aan de taal geven: in woord, beeld en geluid.

We staan er nooit bij stil, maar uitdrukkingen die we doodgewoon vinden en we dus talloze malen gebruiken, blijken verduiveld moeilijk in elkaar te zitten, taalkundig. Ik verklap al vast dat de taalgeleerden er niet uit zijn, uit dat ‘Werk ze!’. Ook andere analoge constructies zijn overigens mogelijk: ‘Eet ze!’ ‘Slaap ze!’ ‘Wandel ze!’ Et cetera.
Na enig onderzoek, o.a. in het vaktijdschrift Onze Taal en in de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst), hét handboek voor de regels van de Nederlandse syntaxis, blijkt de uitdrukking bij twee soorten werkwoorden mogelijk. Ten eerste bij onovergankelijke werkwoorden. Werken en slapen zijn onovergankelijke (intransitieve) werkwoorden; ze kunnen geen lijdend voorwerp bij zich hebben. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen: ‘Ik werk een tafel’, wél ‘Ik timmer een tafel’. Je kunt natuurlijk wel zeggen: ‘Ik werk een uur.’, maar in dat zinnetje is ‘een uur’ een bijwoordelijke bepaling van tijd: ‘Ik werk gedurende een uur.’ Toch lijken werken en slapen een lijdend voorwerp bij zich te hebben: ‘Werk ze!’, ‘Slaap ze!’. Maar waar staat dat ‘ze’ dan voor?
In de uitdrukking ‘Eet ze!’ is eten echter een overgankelijk (of transitief) werkwoord; het kan een lijdend voorwerp bij zich hebben. Bijvoorbeeld: ‘Ik eet een appel.’ Nu blijkt de uitdrukking ‘Eet ze!’ alleen mogelijk bij die transitieve werkwoorden die ook zonder lijdend voorwerp in een zin kunnen optreden. Je kunt zowel zeggen als zin ‘Ik eet.’ als ‘Ik eet een appel.’ De laatste twee woordjes vormen het lijdend voorwerp. Je kunt echter niet zeggen: ‘Maak ze!’ in de analoge betekenis van ‘Eet ze!’ Het transitieve werkwoord maken kan niet zonder een lijdend voorwerp in de zin. ‘Ik maak’ als zin is geen goed Nederlands, want onvolledig.
Maar waar slaat dat ‘ze’ nou op in bijvoorbeeld ‘Werk ze!’? Hierover las ik verschillende verklaringen die ik allemaal nogal vergezocht vond. Ik ga er dan ook verder niet op in, ze zouden overigens voor deze blog te ver voeren. Lees daarom Onze Taal, jaargang 1998, nr. 7/8, blz. 192-194. Makkelijk op de site van Onze Taal terug te vinden.
Zelf kom ik er niet uit. Ik heb telkens het gevoel dat de verklaring op het puntje van mijn tong ligt, maar ze komt maar niet over mijn lippen. Wordt vervolgd.