zondag 4 maart 2012

Help, ik ben introvert!

Eenderde tot de helft van de mensheid is introvert, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.[1] Introverte mensen werken langzamer en doelbewuster, luisteren liever dan ze praten, lezen liever een boek dan dat ze naar een feest gaan, denken eerst voordat ze praten en schrijven beter dan ze spreken. Bij extraverten is zo ongeveer het omgekeerde het geval. Ze denken hardop, zijn graag onder de mensen, zijn luidruchtig, missen het geduld en de concentratie om te lezen en schrijven. Toch bezitten zij, zoals het gezegde luidt, de halve wereld.  Met extravert zijn kun je dus een heel eind komen. Dat heeft de onderwijskunde in de jaren tachtig ook ontdekt en die ontwierp vervolgens het competentieleren. Daarmee werd de extraverte leerling goed bediend, maar de introverte kwam er wat bekaaid van af. Want competentiegericht leren is toch vooral communiceren. Met een goeie babbel kom je een heel eind, ook al zet je niet gehinderd door al te veel kennis en vakmanschap de spuit intraveneus in plaats van subcutaan. In het traditionele onderwijs vielen de klunzen op theoretisch en praktisch vlak direct door de mand en overleefden het eerste jaar van hun opleiding niet. Nu zie je maar al te vaak dat pas aan het eind van het tweede of derde leerjaar wordt ontdekt dat de leerling toch beter met een dringend advies richting uitgang school is gediend. Overdreven? Een beetje wel, maar niet helemaal ongegrond. Introvert zijn wordt in onze onderwijsmethodiek veel meer als een probleem gezien dan vroeger. Het wordt heel vaak verward met verlegenheid, en die kan een succesvol contact met de klant in de weg staan. Vandaar het belang van goede contactuele eigenschappen (wat heerlijk ouderwets!) en communicatieve vaardigheden.
In het onderwijsveld bestaat de mythe van de talenknobbel en van de wiskundeknobbel, die zouden moeten duiden op een speciale aanleg. Een pas gepromoveerde jonge vrouw in de theoretische wiskunde heb ik eens horen zeggen dat ze helemaal geen bijzondere aanleg voor wiskunde had. Ze sprak ook meer dan goed haar vreemde talen en zingen kon ze als de beste. Ze zei, dat haar goede prestaties in de wiskunde het gevolg waren van het feit dat ze langer dan de meeste mensen over een wiskundig probleem kon zitten nadenken. Een beroemd voorbeeld van een introverte leerling was Albert Einstein. Die vond dat hij niks bijzonders was, maar dat hij veel langer in zijn eentje op problemen kon zitten puzzelen. En zo kwam hij er zonder experimenteel onderzoek achter dat tijd relatief is.




[1] Lees in Trouw van 11 februari 2012 de boekbespreking over Susan Cain: The powers of introverts in a world that can’t stop talking. ISNB 9780670916764

Geen opmerkingen:

Een reactie posten