Mijn grootvader van moederszijde werd geboren in het jaar
1884 in Raamsdonk. Hij trouwde met een dochter van een binnenschipper. Ze kregen
samen snel achter elkaar zeven kinderen, maar mijn opa verloor zijn vrouw aan de gevolgen van kraamvrouwenkoorts kort na de geboorte van hun zevende kind. Zij werd
slechts 34 jaar. Het laatste kind stierf een half jaar later in 1922. De kinderen werden her en der in de familie geplaatst. Vader werkte
als losse arbeider voornamelijk in het gebied van de Biesbosch. Als rietbinder.
Hij hertrouwde met een oudere vrouw. In 1928 verhuisde het herenigde gezin naar Goirle, om er te
gaan werken in de textielindustrie. In het gebied van Geertruidenberg e.o. was
geen werk meer voor hem te vinden. Het tweede huwelijk
bleek geen succes en het paar scheidde van tafel en bed. Tot een echtscheiding
kwam het echter niet, omdat de kerkelijke autoriteiten daar een stokje voor
staken. Een tijdlang werd mijn grootvader de hostie tijdens de communie geweigerd
door de pastoor. In de periode dat de stiefmoeder er niet was voedden de
kinderen elkaar op. Mijn moeder noemde dit haar gezellige periode thuis.
Mijn moeder was als jonge volwassen vrouw zoals
te doen gebruikelijk in die tijd geheelonthouder: ze rookte niet, noch dronk
ze. De swinging sixties waren echter ook
voor haar niet onopgemerkt voorbijgegaan. Na haar vijftigste stak ze met haar
inmiddels vrijgevochten vriendinnen een sigaretje op en dronk samen met hen gezellig een
wijntje. Eén keer ging dat mis. Toen ze die keer wat te diep in het glaasje
had gekeken, begon ze bij thuiskomst, met het gehele gezin aan tafel om haar heen, tot onze ontzetting te
huilen. Out of the blue. Verbouwereerd
stonden we om haar heen, niet wetend wat te doen. Ze was ontroostbaar om haar verloren moeder, die ze maar zo kort gekend had. Ze was nog geen vier jaar geweest toen haar moeder was gestorven. En ze droeg nog slechts een vage herinnering aan haar met zich mee.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten