zondag 6 maart 2016

Oprecht veinzen: Ik besta niet

Geloven in jezelf is een modern idee-fixe, een dwangdenkbeeld en waanidee, want het ik bestaat niet, het is bedacht. Schuilen bij jezelf is een valse religie. Nee, dan kun je beter geloven in God, want de kans is groter dat Hij wel bestaat dan dat het ik bestaat. Of geloven in ’n god, want die zijn er vele. Je kunt er uitkiezen in de schappen op de religieuze supermarkt. 
 
Geloven in jezelf is de nieuwe heilsleer van de zelfhulpboeken. Of moet ik zeggen boekjes, want inhoudelijk hebben ze voor mij weinig te zeggen. Let ook op het cursieve zelf in zelfhulpboeken. Hoe kun je nu jezelf helpen als het ik niet bestaat? Zo kun je ook niet ‘in je kracht staan’, hoe vaak je het tegenwoordig ook hoort. WTF is dat eigenlijk? 

Geloven in jezelf is net zoiets als een batterij die zijn eigen stroom opwekt. Dat kan die toch niet. Waar in zichzelf moet die batterij die nieuwe energie vandaan halen? Een oplaadbare batterij moet toch worden aangesloten op een andere energiebron. En dat geldt ook voor geestelijke batterijen. Die kunnen zichzelf niet opladen, maar moeten daarvoor naar buiten, naar de mensen toe. 

Hoe weet ik zo zeker dat ik niet besta? Die vraag is al zo oud als de klassieke Griekse filosofie, die zei dat het leven slechts een droom is. Maar om mijn lezertjes wat gerust te stellen, verwijs ik hen eerst naar de Franse wijsgeer RenĂ© Descartes (31 maart 1596 – 11 februari 1750). Die stelde vast dat hij echt bestond met zijn toverformule Cogito ergo sum: Ik denk dus ik ben. Wat wijlen de president van Tanzania, Julius Nyerere (… maart 1922 - Londen, 14 oktober 1999) de vaststelling ontlokte: Je danse donc je suis: Ik dans dus ik ben. Wat mij als niet-Afrikaan weer aan het denken zette, want dansen is niet mijn ding. Ik ben er als muurbloempje overigens toch in geslaagd een geschikte huwelijkspartner te vinden, maar dit terzijde. 

Maar hoe weet ik zo zeker dat ik niet besta (en wist Descartes wel zeker dat hij bestond)? Dat komt omdat het ik een gedachtespinsel is, een product van onze neocortex. Als je die niet hebt of in beperkte mate, zoals dieren (op de bonoboaap en de chimpansee na) en sommige heel domme mensen, dan heb je het besef niet eens dat je er bent. Nu zullen mijn lezertjes wellicht denken: Is die Toon nou helemaal van de pot gerukt?! Natuurlijk bestaat hij, ik heb hem gisteren nog gezien of gesproken! 

OK, ik moet toegeven dat ik besta, maar het IK in mij bestaat niet echt. Ik heb het bedacht, zoals wij allemaal onze ikken bedenken en construeren als een legpuzzel zeg maar. Zo is het ook met God. Hij bestaat wel (Genesis 3:14, Sura Imran, vers 2), naar niet als de god die ik bedacht heb.

Met dank aan Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990), de auteur van Oprecht veinzen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten