Geloven in jezelf is de
nieuwe heilsleer van de zelfhulpboeken.
Of moet ik zeggen boekjes, want inhoudelijk hebben ze voor mij weinig te
zeggen. Let ook op het cursieve zelf
in zelfhulpboeken. Hoe kun je nu
jezelf helpen als het ik niet bestaat? Zo kun je ook niet ‘in je kracht staan’,
hoe vaak je het tegenwoordig ook hoort. WTF is dat eigenlijk?
Geloven in jezelf is net
zoiets als een batterij die zijn eigen stroom opwekt. Dat kan die toch niet.
Waar in zichzelf moet die batterij die nieuwe energie vandaan halen? Een
oplaadbare batterij moet toch worden aangesloten op een andere energiebron. En
dat geldt ook voor geestelijke batterijen. Die kunnen zichzelf niet opladen,
maar moeten daarvoor naar buiten, naar de mensen toe.
Hoe weet ik zo zeker dat ik niet besta? Die vraag is al zo oud
als de klassieke Griekse filosofie, die zei dat het leven slechts een droom is.
Maar om mijn lezertjes wat gerust te stellen, verwijs ik hen eerst naar de
Franse wijsgeer RenĂ© Descartes (31 maart 1596 – 11 februari 1750). Die stelde
vast dat hij echt bestond met zijn toverformule Cogito ergo sum: Ik denk dus ik ben. Wat wijlen de president van
Tanzania, Julius Nyerere (… maart 1922 - Londen, 14 oktober 1999)
de vaststelling ontlokte: Je danse donc
je suis: Ik dans dus ik ben. Wat mij als niet-Afrikaan weer aan het denken
zette, want dansen is niet mijn ding. Ik ben er als muurbloempje overigens toch
in geslaagd een geschikte huwelijkspartner te vinden, maar dit terzijde.
Maar hoe weet ik zo zeker
dat ik niet besta (en wist Descartes wel zeker dat hij bestond)? Dat komt omdat
het ik een gedachtespinsel is, een product van onze neocortex. Als je die niet
hebt of in beperkte mate, zoals dieren (op de bonoboaap en de chimpansee na) en
sommige heel domme mensen, dan heb je het besef niet eens dat je er bent. Nu
zullen mijn lezertjes wellicht denken: Is die Toon nou helemaal van de pot
gerukt?! Natuurlijk bestaat hij, ik heb hem gisteren nog gezien of gesproken!
OK, ik moet toegeven dat
ik besta, maar het IK in mij bestaat niet echt. Ik heb het bedacht, zoals wij allemaal onze ikken bedenken en construeren als een legpuzzel zeg maar. Zo is het ook met
God. Hij bestaat wel (Genesis 3:14, Sura Imran, vers 2), naar niet als de god die ik bedacht heb.
Met dank aan Frans
Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990), de auteur van Oprecht veinzen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten