zondag 6 maart 2016

Sorry, wij zijn al voorzien

Afgelopen weekend schreef het NRC dat vrijwel nergens de arbeidskansen van allochtonen zo slecht zijn als in Nederland. Zo blijkt uit onderzoek in 2015 van onder andere de OESO. Net als veel autochtone Nederlanders was ik de mening toegedaan dat het wel meevalt met die discriminatie. Als je maar je best deed, dan kwam je er wel. Het tegendeel bewijzen de recente cijfers en een ervaring uit mijn eigen praktijk. 

Allochtonen zijn er in de tijd na Pim Fortuijn niet populairder op geworden in Nederland, schrijft het NRC en de krant noemt dat een van de belemmeringen voor reële kansen op de arbeidsmarkt voor allochtonen. Wat dat betreft vindt er historisch gezien een omgekeerde beweging plaats,  vergeleken met andere allochtone groepen in Nederland. Zoals de Indo’s (Indonesische Nederlanders) en de Molukkers. De laatste groep slaagde er zelfs in de tijd na de grote gijzelingsacties in de jaren zeventig in, om de discriminatoire belemmeringen op de arbeidsmarkt te overwinnen of zo je wilt weg te werken. Dat was ook te danken aan de grote inspanningen die de Nederlandse overheid zich getroost heeft om de Molukkers ‘erbij te houden’, zoals oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen dat placht te noemen met betrekking tot de islamitische Amsterdammers. Maar wie herinnert zich nog de commissie 'Overleg Nederlanders - Zuid-Molukkers' (de zg. commissie Köbben/Mantouw)? 

Vaak wordt de impopulariteit van de Islam in Nederland als een van de factoren genoemd die discriminatoire tendensen op de arbeidsmarkt (inclusief het onderwijsveld!) in stand houden. Eerlijk gezegd was ik geneigd dat ook te vinden, ware het niet dat naast een aanzienlijk christelijk deel ook een aanzienlijk gedeelte van de Molukse bevolkingsgroep in Nederland islamitisch is. Ik ken zelfs enkele autochtone vrouwen die in de tijd kort na de treinkapingen met een Moluks-Nederlandse  man een islamitisch huwelijk zijn aangegaan.
  
Wat de oorzaak ook moge zijn van die verminderde kansen voor allochtonen op de arbeidsmarkt, ze bestaan. En voor de goede orde: we hebben het hier over mensen die willen. Want onwil en gebrek aan inzet wordt door de onderbuik-sprekers in Nederland ook wel eens gesuggereerd, als belemmerende factor. Maar in het geval van actief werkzoekenden waar het in het krantenartikel over gaat, kun je dat al helemaal niet beweren. 

Het Turks-Nederlandse meisje dat in het NRC wordt opgevoerd vertelt overwogen te hebben de naam van haar Nederlandse moeder aan te nemen. Ze draagt de achternaam van haar Turkse vader. Mijn Turks-Nederlandse schoonzoon heeft een poëtische achternaam. Deze is een mengeling van Grieks en Turks en weerspiegelt aldus de geschiedenis van Turkije. Bij wijze van proef solliciteerde hij twee maal naar een zelfde baan. Een keer met de  achternaam van zijn Turkse vader, de andere keer met de achternaam van zijn Nederlandse moeder. De identieke brief met de achternaam van zijn moeder leidde tot een uitnodiging. Omwille van de statistiek herhaalde hij dat met een aantal vacatures. Het leidde tot een significant verschil. Je mag zelf invullen welk.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten