zondag 20 maart 2016

Trivia in de literatuurlessen

Ik heb het voorrecht om lessen Nederlandse Letterkunde te mogen verzorgen aan het VAVO. Dat is hoe gek het in deze tijd ook moge klinken een onverdeeld genoegen. Ter geruststelling aan de tegenstanders van de traditionele literatuurles, de helft van de leerlingen vindt het vak Nederlandse Letterkunde om het in het hedendaagse jeugdjargon te zeggen: saai!

De andere helft van de leerlingen vindt Nederlandse Literatuur juist wel interessant. Met name ook de literatuur van vóór 1880. Om beide groepen leerlingen tevreden te houden sta ik juist wel triviale lectuur in de boekenlijst toe. Zij het met mate: hooguit twee van de twaalf nummers. Anders zou de echte literatuur in de verdrukking komen. Deze aanpak maakt het voor mijn lessen ook mogelijk om het verschil tussen triviale lectuur en literatuur te laten zien. En om de leerlingen via de sluiproute van lectuur (chicklits, pseudo-literaire thrillers) in aanraking te brengen met de high culture van dé literatuur.

Ik verplicht de leerlingen om van elke literaire periode, - dat zijn er sinds Heynric van Veldeken (12e eeuw) ongeveer zeven -, minstens één werk te lezen. Zoals de meeste lezers wellicht niet bekend zal zijn, is Van Veldekes’ Eneasroman, de eerste hoofse roman in het Nederlands. Van Veldeke baseerde het werk op de Oudfranse Roman d’Eneas, die op zijn beurt teruggaat op Vergilius Aeneis. Ziet u het historische lijntje? Dat krijgen de leerlingen ook als leerstof in mijn lessen aangeboden.

Ik breng ze niet alleen het genieten van moeilijke en aanvankelijk saai lijkende literaire werken bij, maar ook historisch besef. Als beeld houd ik mijn leerlingen steeds voor dat ze niet als hagedissen van onder uit een steen zijn komen gekropen, maar als dwergen op schouders van reuzen staan. In het Latijn: Nanos gigantum humeris insidentes. Met andere woorden, op basis van uitvindingen en ontdekkingen van vóór hen, vinden de leerlingen later de wereld verder uit. En doen nieuwe ontdekkingen.

Literatuurlessen horen niet te blijven hangen in literatuur én lectuur van onze tijd, maar moeten leerlingen kennis doen nemen van boeken van vóór hun tijd. Van ver voor hun tijd. Wie jongeren dat onthoudt, doet hun tekort.

Deze tekst, als bijdrage aan de literatuurlesdiscussie die in deze krant gevoerd wordt, werd niet geplaatst door het Brabants Dagblad.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten